Stemmen op (abstimmen auf)

Konjugation des stemmen op (stimmen auf) für alle Zeitformen mit Beispielsätzen und Übungen.

Stemmen op (abstimmen auf)

Lernmaterialien, die dieses Verb implementieren:

Infinitief Voltooid deelwoord
Stemmen op (stimmen auf) gestemd op (abgestimmt auf)

Zeitformen

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

(ik) stem op
(jij/je) stemt op
(hij/zij/ze/het) stemt op
(wij/we) stemmen op
(jullie) stemmen op
(zij/ze) stemmen op

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

(ik) stemde op
(jij/je) stemde op
(hij/zij/ze/het) stemde op
(wij/we) stemden op
(jullie) stemden op
(zij/ze) stemden op

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

(ik) heb gestemd op
(jij/je) hebt gestemd op
(hij/zij/ze/het) heeft gestemd op
(wij/we) hebben gestemd op
(jullie) hebben gestemd op
(zij/ze) hebben gestemd op

Voltooid verleden tijd (VVT) 

(ik) heb gestemd op
(jij/je) hebt gestemd op
(hij/zij/ze/het) heeft gestemd op
(wij/we) hebben gestemd op
(jullie) hebben gestemd op
(zij/ze) hebben gestemd op

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

(ik) zal stemmen op
(jij/je) zal stemmen op
(hij/zij/ze/het) zal stemmen op
(wij/we) zullen stemmen op
(jullie) zullen stemmen op
(zij/ze) zullen stemmen op

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

(ik) zal gestemd hebben op
(jij/je) zult gestemd hebben op
(hij/zij/ze/het) zal gestemd hebben op
(wij/we) zullen gestemd hebben op
(jullie) zullen gestemd hebben op
(zij/ze) zullen gestemd hebben op
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

(ik) zou stemmen op
(jij/je) zou stemmen op
(hij/zij/ze/het) zou stemmen op
(wij/we) zouden stemmen op
(jullie) zouden stemmen op
(zij/ze) zouden stemmen op

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

(ik) zou gestemd hebben op
(jij/je) zou gestemd hebben op
(hij/zij/ze/het) zou gestemd hebben op
(wij/we) zouden gestemd hebben op
(jullie) zouden gestemd hebben op
(zij/ze) zouden gestemd hebben op
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Stem op!