Verlangen naar (sich nach ... sehnen)
Konjugation des verlangen naar (sich sehnen nach) für alle Zeitformen mit Beispielsätzen und Übungen.
Lernmaterialien, die dieses Verb implementieren:
| Infinitief |
Voltooid deelwoord |
| Verlangen naar
(sich sehnen nach)
|
Verlangend naar
(verlangt nach)
|
|
Aantonende wijs
|
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
| (ik) verlang naar |
| (jij/je) verlangt naar |
| (hij/zij/ze/het) verlangt naar |
| (wij/we) verlangen naar |
| (jullie) verlangen naar |
| (zij/ze) verlangen naar |
|
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
| (ik) verlangde naar |
| (jij/je) verlangde naar |
| (hij/zij/ze/het) verlangde naar |
| (wij/we) verlangden naar |
| (jullie) verlangden naar |
| (zij/ze) verlangden naar |
|
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb verlangd naar |
| (jij/je) hebt verlangd naar |
| (hij/zij/ze/het) heeft verlangd naar |
| (wij/we) hebben verlangd naar |
| (jullie) hebben verlangd naar |
| (zij/ze) hebben verlangd naar |
|
Voltooid verleden tijd (VVT)
| (ik) heb verlangd naar |
| (jij/je) hebt verlangd naar |
| (hij/zij/ze/het) heeft verlangd naar |
| (wij/we) hebben verlangd naar |
| (jullie) hebben verlangd naar |
| (zij/ze) hebben verlangd naar |
|
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
| (ik) zal verlangen naar |
| (jij/je) zult verlangen naar |
| (hij/zij/ze/het) zal verlangen naar |
| (wij/we) zullen verlangen naar |
| (jullie) zullen verlangen naar |
| (zij/ze) zullen verlangen naar |
|
Voltooid toekomende tijd (VTTk)
| (ik) zal verlangd hebben naar |
| (jij/je) zult verlangd hebben naar |
| (hij/zij/ze/het) zal verlangd hebben naar |
| (wij/we) zullen verlangd hebben naar |
| (jullie) zullen verlangd hebben naar |
| (zij/ze) zullen verlangd hebben naar |
|
|
Conditionele wijs
|
Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)
| (ik) zou verlangen naar |
| (jij/je) zou verlangen naar |
| (hij/zij/ze/het) zou verlangen naar |
| (wij/we) zouden verlangen naar |
| (jullie) zouden verlangen naar |
| (zij/ze) zouden verlangen naar |
|
Conditionele Verleden Tijd (CVT)
| (ik) zou verlangd hebben naar |
| (jij/je) zou verlangd hebben naar |
| (hij/zij/ze/het) zou verlangd hebben naar |
| (wij/we) zouden verlangd hebben naar |
| (jullie) zouden verlangd hebben naar |
| (zij/ze) zouden verlangd hebben naar |
|
|
Imperatief (gebiedende wijs)
|
Gebiedende wijs
|