Kiezen (to choose)

Kiezen (to choose)

Learn to conjugate the verb "to choose" in Dutch: past perfect, indicative mood tense

Onvoltooid verleden tijd (OVT), aantonende wijs (Past Perfect, indicative mood)

All conjugations and tenses: Kiezen (to choose)

(Duurzaam) vervoer ((Sustainable) transport)

Dutch
(ik) koos
(jij/je/u) koos
(hij/zij/ze/het) koos
(wij/we) kozen
(jullie) kozen
(zij/ze) kozen