Stemmen (to vote)

Stemmen (to vote)

Learn to conjugate the verb "to vote" in Dutch: past perfect, indicative mood tense

Onvoltooid verleden tijd (OVT), aantonende wijs (Past Perfect, indicative mood)

All conjugations and tenses: Stemmen (to vote)

De regering en verkiezingen (The government and elections)

Dutch
(ik) stemde
(jij/je) stemde/stemde
(hij/zij/ze/het) stemde
(wij/we) stemden
(jullie) stemden
(zij/ze) stemden