Tijd doorbrengen met (to spend time with)

Conjugation of tijd doorbrengen met (to spend time with) for all verb tenses with example phrases and exercises.

Tijd doorbrengen met (to spend time with)

Learning materials that implement this verb:

Infinitief Voltooid deelwoord
Tijd doorbrengen met (to spend time with) doorgebracht (spent)

Verb tenses

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

(ik) breng tijd door met
(jij/je) brengt tijd door met
(hij/zij/ze/het) brengt tijd door met
(wij/we) brengen tijd door met
(jullie) brengen tijd door met
(zij/ze) brengen tijd door met

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

(ik) bracht tijd door met
(jij/je) bracht tijd door met
(hij/zij/ze/het) bracht tijd door met
(wij/we) brachten tijd door met
(jullie) brachten tijd door met
(zij/ze) brachten tijd door met

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

(ik) heb tijd doorgebracht met
(jij/je) hebt tijd doorgebracht met
(hij/zij/ze/het) heeft tijd doorgebracht met
(wij/we) hebben tijd doorgebracht met
(jullie) hebben tijd doorgebracht met
(zij/ze) hebben tijd doorgebracht met

Voltooid verleden tijd (VVT) 

(ik) heb tijd doorgebracht met
(jij/je) hebt tijd doorgebracht met
(hij/zij/ze/het) heeft tijd doorgebracht met
(wij/we) hebben tijd doorgebracht met
(jullie) hebben tijd doorgebracht met
(zij/ze) hebben tijd doorgebracht met

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

(ik) zal tijd doorbrengen met
(jij/je) zult tijd doorbrengen met
(hij/zij/ze/het) zal tijd doorbrengen met
(wij/we) zullen tijd doorbrengen met
(jullie) zullen tijd doorbrengen met
(zij/ze) zullen tijd doorbrengen met

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

(ik) zal tijd doorgebracht hebben met
(jij/je) zult tijd doorgebracht hebben met
(hij/zij/ze/het) zal tijd doorgebracht hebben met
(wij/we) zullen tijd doorgebracht hebben met
(jullie) zullen tijd doorgebracht hebben met
(zij/ze) zullen tijd doorgebracht hebben met
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

(ik) zou tijd doorbrengen met
(jij/je) zou tijd doorbrengen met
(hij/zij/ze/het) zou tijd doorbrengen met
(wij/we) zouden tijd doorbrengen met
(jullie) zouden tijd doorbrengen met
(zij/ze) zouden tijd doorbrengen met

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

(ik) zou tijd doorgebracht hebben met
(jij/je) zou tijd doorgebracht hebben met
(hij/zij/ze/het) zou tijd doorgebracht hebben met
(wij/we) zouden tijd doorgebracht hebben met
(jullie) zouden tijd doorgebracht hebben met
(zij/ze) zouden tijd doorgebracht hebben met
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Breng tijd door met!