Zich beter voelen (to feel better)

Conjugation of zich beter voelen (to feel better) for all verb tenses with example phrases and exercises.

Zich beter voelen (to feel better)

Learning materials that implement this verb:

Infinitief Voltooid deelwoord
Zich beter voelen (to feel better) gevoeld (felt)

Verb tenses

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

(ik) voel me beter
(jij/je) voelt je beter
(hij/zij/ze/het) voelt zich beter
(wij/we) voelen ons beter
(jullie) voelen je beter
(zij/ze) voelen zich beter

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

(ik) voelde me beter
(jij/je) voelde je beter
(hij/zij/ze/het) voelde zich beter
(wij/we) voelden ons beter
(jullie) voelden jullie beter
(zij/ze) voelden zich beter

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

(ik) heb me beter gevoeld
(jij/je) hebt je beter gevoeld
(hij/zij/ze/het) heeft zich beter gevoeld
(wij/we) hebben ons beter gevoeld
(jullie) hebben jullie beter gevoeld
(zij/ze) hebben zich beter gevoeld

Voltooid verleden tijd (VVT) 

(ik) heb me beter gevoeld
(jij/je) hebt je beter gevoeld
(hij/zij/ze/het) heeft zich beter gevoeld
(wij/we) hebben ons beter gevoeld
(jullie) hebben jullie beter gevoeld
(zij/ze) hebben zich beter gevoeld

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

(ik) zal zich beter voelen
(jij/je) zult zich beter voelen
(hij/zij/ze/het) zal zich beter voelen
(wij/we) zullen zich beter voelen
(jullie) zullen zich beter voelen
(zij/ze) zullen zich beter voelen

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

(ik) zal me beter gevoeld hebben
(jij/je) zal je beter gevoeld hebben
(hij/zij/ze/het) zal zich beter gevoeld hebben
(wij/we) zullen ons beter gevoeld hebben
(jullie) zullen je beter gevoeld hebben
(zij/ze) zullen zich beter gevoeld hebben
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

(ik) zou me beter voelen
(jij/je) zou je beter voelen
(hij/zij/ze/het) zou zich beter voelen
(wij/we) zouden ons beter voelen
(jullie) zouden je beter voelen
(zij/ze) zouden zich beter voelen

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

(ik) zou me beter gevoeld hebben
(jij/je) zou je beter gevoeld hebben
(hij/zij/ze/het) zou zich beter gevoeld hebben
(wij/we) zouden ons beter gevoeld hebben
(jullie) zouden je beter gevoeld hebben
(zij/ze) zouden zich beter gevoeld hebben
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Voel je beter!