Sparen (sparen)

Sparen (sparen)

Leer het werkwoord "sparen" te vervoegen in het voltooid tegenwoordige tijd, de onvoltooid tegenwoordige tijd.

Perfekt, indikativ (Voltooid tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Sparen (sparen)

Bij de bank (Bij de bank)

Nederlands
(ich) habe gespart
(du) hast gespart
(er/sie/es) hat gespart
(wir) haben gespart
(ihr) habt gespart
(sie) haben gespart