Venir (komen)

Venir (komen)

Leer het werkwoord "Komen" in het Spaans te vervoegen: tegenwoordige tijd, indicatief.

Present, indicatif (Présent, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Venir (komen)

Transporte (sostenible) ((Duurzaam) vervoer)

Spaans
(je/j') viens
(tu) viens
(il/elle/on) vient
(nous) venons
(vous) venez
(ils/elles) viennent