Behalen (behalen)

Vervoeging van behalen (behalen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

Behalen (behalen)

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Infinitief Voltooid deelwoord
Behalen (Behalen) behaald (behaald)

Werkwoordsvormen

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

(ik) behaal
(jij/je) behaalt
(hij/zij/ze/het) behaalt
(wij/we) behalen
(jullie) behalen
(zij/ze) behalen

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

(ik) behaalde
(jij/je) behaalde
(hij/zij/ze/het) behaalde
(wij/we) behaalden
(jullie) behaalden
(zij/ze) behaalden

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

(ik) heb behaald
(jij/je) hebt behaald
(hij/zij/ze/het) heeft behaald
(wij/we) hebben behaald
(jullie) hebben behaald
(zij/ze) hebben behaald

Voltooid verleden tijd (VVT) 

(ik) heb behaald
(jij/je) hebt behaald
(hij/zij/ze/het) heeft behaald
(wij/we) hebben behaald
(jullie) hebben behaald
(zij/ze) hebben behaald

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

(ik) zal behalen
(jij/je) zal behalen
(hij/zij/ze/het) zal behalen
(wij/we) zullen behalen
(jullie) zullen behalen
(zij/ze) zullen behalen

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

(ik) zal behaald hebben
(jij/je) zal behaald hebben
(hij/zij/ze/het) zal behaald hebben
(wij/we) zullen behaald hebben
(jullie) zullen behaald hebben
(zij/ze) zullen behaald hebben
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

(ik) zou behalen
(jij/je) zou behalen
(hij/zij/ze/het) zou behalen
(wij/we) zouden behalen
(jullie) zouden behalen
(zij/ze) zouden behalen

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

(ik) zou behaald hebben
(jij/je) zou behaald hebben
(hij/zij/ze/het) zou behaald hebben
(wij/we) zouden behaald hebben
(jullie) zouden behaald hebben
(zij/ze) zouden behaald hebben
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Behaal!