Hoeven (hoeven)

Vervoeging van hoeven (hoeven) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

Hoeven (hoeven)

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Infinitief Voltooid deelwoord
Hoeven (Hoeven) gehoeven (gehoeven)

Werkwoordsvormen

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

(ik) hoef
(jij/je) hoeft
(hij/zij/ze/het) hoeft
(wij/we) hoeven
(jullie) hoeven
(zij/ze) hoeven

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

(ik) hoefde
(jij/je) hoefde
(hij/zij/ze/het) hoefde
(wij/we) hoefden
(jullie) hoefden
(zij/ze) hoefden

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

(ik) heb gehoeven
(jij/je) hebt gehoeven
(hij/zij/ze/het) heeft gehoeven
(wij/we) hebben gehoeven
(jullie) hebben gehoeven
(zij/ze) hebben gehoeven

Voltooid verleden tijd (VVT) 

(ik) heb gehoeven
(jij/je) hebt gehoeven
(hij/zij/ze/het) heeft gehoeven
(wij/we) hebben gehoeven
(jullie) hebben gehoeven
(zij/ze) hebben gehoeven

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

(ik) zal hoeven
(jij/je) zal hoeven
(hij/zij/ze/het) zal hoeven
(wij/we) zullen hoeven
(jullie) zullen hoeven
(zij/ze) zullen hoeven

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

(ik) zal gehoeven hebben
(jij/je) zal gehoeven hebben
(hij/zij/ze/het) zal gehoeven hebben
(wij/we) zullen gehoeven hebben
(jullie) zullen gehoeven hebben
(zij/ze) zullen gehoeven hebben
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

(ik) zou hoeven
(jij/je) zou hoeven
(hij/zij/ze/het) zou hoeven
(wij/we) zouden hoeven
(jullie) zouden hoeven
(zij/ze) zouden hoeven

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

(ik) zou gehoeven hebben
(jij/je) zou gehoeven hebben
(hij/zij/ze/het) zou gehoeven hebben
(wij/we) zouden gehoeven hebben
(jullie) zouden gehoeven hebben
(zij/ze) zouden gehoeven hebben
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Hoef!