Installeren (installeren)
Vervoeging van installeren (installeren) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:
| Infinitief |
Voltooid deelwoord |
| Installeren
(Installeren)
|
geïnstalleerd
(geïnstalleerd)
|
Werkwoordsvormen
|
Aantonende wijs
|
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
| (ik) installeer |
| (jij/je) installeert |
| (hij/zij/ze/het) installeert |
| (wij/we) installeren |
| (jullie) installeren |
| (zij/ze) installeren |
|
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
| (ik) installeerde |
| (jij/je) installeerde |
| (hij/zij/ze/het) installeerde |
| (wij/we) installeerden |
| (jullie) installeerden |
| (zij/ze) installeerden |
|
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb geïnstalleerd |
| (jij/je) hebt geïnstalleerd |
| (hij/zij/ze/het) heeft geïnstalleerd |
| (wij/we) hebben geïnstalleerd |
| (jullie) hebben geïnstalleerd |
| (zij/ze) hebben geïnstalleerd |
|
Voltooid verleden tijd (VVT)
| (ik) heb geïnstalleerd |
| (jij/je) hebt geïnstalleerd |
| (hij/zij/ze/het) heeft geïnstalleerd |
| (wij/we) hebben geïnstalleerd |
| (jullie) hebben geïnstalleerd |
| (zij/ze) hebben geïnstalleerd |
|
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
| (ik) zal installeren |
| (jij/je) zult installeren |
| (hij/zij/ze/het) zal installeren |
| (wij/we) zullen installeren |
| (jullie) zullen installeren |
| (zij/ze) zullen installeren |
|
Voltooid toekomende tijd (VTTk)
| (ik) zal geïnstalleerd hebben |
| (jij/je) zult geïnstalleerd hebben |
| (hij/zij/ze/het) zal geïnstalleerd hebben |
| (wij/we) zullen geïnstalleerd hebben |
| (jullie) zullen geïnstalleerd hebben |
| (zij/ze) zullen geïnstalleerd hebben |
|
|
Conditionele wijs
|
Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)
| (ik) zou installeren |
| (jij/je) zou installeren |
| (hij/zij/ze/het) zou installeren |
| (wij/we) zouden installeren |
| (jullie) zouden installeren |
| (zij/ze) zouden installeren |
|
Conditionele Verleden Tijd (CVT)
| (ik) zou geïnstalleerd hebben |
| (jij/je) zou geïnstalleerd hebben |
| (hij/zij/ze/het) zou geïnstalleerd hebben |
| (wij/we) zouden geïnstalleerd hebben |
| (jullie) zouden geïnstalleerd hebben |
| (zij/ze) zouden geïnstalleerd hebben |
|
|
Imperatief (gebiedende wijs)
|
Gebiedende wijs
|