Ondertekenen (ondertekenen)

Vervoeging van ondertekenen (ondertekenen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

Ondertekenen (ondertekenen)

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Categorie: a2

Module 5: Dagelijks huishouden (Dagelijks huishouden)

Les 29: Bij de makelaar (Bij de makelaar)

Infinitief Voltooid deelwoord
Ondertekenen (Ondertekenen) Ondertekend (Ondertekend)

Werkwoordsvormen

Aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT) 

Nederlands
(ik) onderteken
(jij/je) ondertekent/onderteken
(hij/zij/ze/het) ondertekent
(wij/we) ondertekenen
(jullie) ondertekenen
(zij/ze) ondertekenen

Onvoltooid verleden tijd (OVT) 

Nederlands
(ik) ondertekende
(jij/je) ondertekende/ondertekende
(hij/zij/ze/het) ondertekende
(wij/we) ondertekenden
(jullie) ondertekenden
(zij/ze) ondertekenden

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT) 

Nederlands
(ik) heb ondertekend
(jij/je) hebt ondertekend / hebt ondertekend?
(hij/zij/ze/het) heeft ondertekend
(wij/we) hebben ondertekend
(jullie) hebben ondertekend
(zij/ze) hebben ondertekend

Voltooid verleden tijd (VVT) 

Nederlands
(ik) heb ondertekend
(jij/je) hebt ondertekend/heb ondertekend
(hij/zij/ze/het) heeft ondertekend
(wij/we) hebben ondertekend
(jullie) hebben ondertekend
(zij/ze) hebben ondertekend

Onvoltooid toekomende tijd (OTTk) 

Nederlands
(ik) zal ondertekenen
(jij/je) zal/ zult ondertekenen
(hij/zij/ze/het) zal ondertekenen
(wij/we) zullen ondertekenen
(jullie) zullen ondertekenen
(zij/ze) zullen ondertekenen

Voltooid toekomende tijd (VTTk) 

Nederlands
(ik) zal hebben ondertekend
(jij/je) zal hebben ondertekend / zult hebben ondertekend
(hij/zij/ze/het) zal hebben ondertekend
(wij/we) zullen hebben ondertekend
(jullie) zullen hebben ondertekend
(zij/ze) zullen hebben ondertekend
Conditionele wijs

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT) 

Nederlands
ik zou ondertekenen
(jij/je) jij zou ondertekenen / zou jij ondertekenen
(hij/zij/ze/het) hij zou ondertekenen / zij zou ondertekenen / het zou ondertekenen
(wij/we) wij zouden ondertekenen
jullie zouden ondertekenen
(zij/ze) zij zouden ondertekenen

Conditionele Verleden Tijd (CVT) 

Nederlands
ik zou ondertekend hebben
(jij/je) jij zou ondertekend hebben / zou je ondertekend hebben
(hij/zij/ze/het) hij zou ondertekend hebben / zij zou ondertekend hebben / het zou ondertekend hebben
(wij/we) wij zouden ondertekend hebben
jullie zouden ondertekend hebben
(zij/ze) zij zouden ondertekend hebben
Imperatief (gebiedende wijs)

Gebiedende wijs 

Nederlands
Onderteken!