Hacer (doen)

Hacer (doen)

Leer het werkwoord "hacer" vervoegen in het Spaans: aanvoegende wijs tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs tijd

Subjuntivo presente, subjuntivo (Aanvoegende wijs tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Hacer (doen)

(yo) haga
(tú) hagas
(él/ella/usted) haga
(nosotros/nosotras) hagamos
(vosotros/vosotras) hagáis
(ellos/ellas/ustedes) hagan