Vacunarse (zich laten vaccineren)

Vervoeging van vacunarse (zich laten vaccineren) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

Vacunarse (zich laten vaccineren)

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Categorie: b1

Module 3: Body and health (Body and health)

Les 18: Anatomía (Anatomie)

Basiswerkwoordsvormen

Infinitivo (Infinitief) Gerundio (Deelwoord) Participio (Deelwoord)
Vacunarse (zich laten vaccineren) vacunándose (zich laten vaccineren) vacunado (gevaccineerd)

Vacunarse (zich laten vaccineren): Werkwoordvervoegingstabellen

Indicativo (Aantonende wijs) Subjuntivo (Aanvoegende wijs)

Presente 

Spaans

Pretérito perfecto 

Spaans

Subjuntivo presente 

Spaans

Subjuntivo pretérito perfecto 

Spaans

Pretérito imperfecto 

Spaans

Pretérito pluscuamperfecto 

Spaans

Subjuntivo pretérito imperfecto 

Spaans

Subjuntivo pluscuamperfecto 

Spaans

Pretérito indefinido 

Spaans
(yo) me vacuné
(tú) te vacunaste
(él/ella/usted) se vacunó
(nosotros/nosotras) nos vacunamos
(vosotros/vosotras) os vacunasteis
(ellos/ellas/ustedes) se vacunaron

Pretérito anterior 

Spaans

Subjuntivo futuro simple 

Spaans

Subjuntivo futuro perfecto 

Spaans

Futuro simple 

Spaans

Futuro perfecto 

Spaans
Imperativo (Imperatief)

Imperativo 

Spaans

Imperativo negativo 

Spaans

Condicional simple 

Spaans

Condicional perfecto 

Spaans