Langsgaan bij (ir a langsgaan)
Conjugação do langsgaan bij (ir à casa de) para todos os tempos verbais com frases de exemplo e exercícios.
Materiais de aprendizagem que implementam este verbo:
| Infinitief |
Voltooid deelwoord |
| Langsgaan bij
(ir à casa de)
|
langsgegaan bij
(passado por)
|
Verb tenses
|
Aantonende wijs
|
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
| (ik) langsga |
| (jij/je) langsgaat |
| (hij/zij/ze/het) langsgaat |
| (wij/we) langsgaan |
| (jullie) langsgaan |
| (zij/ze) langsgaan |
|
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
| (ik) ging langs bij |
| (jij/je) ging langs bij |
| (hij/zij/ze/het) ging langs bij |
| (wij/we) gingen langs bij |
| (jullie) gingen langs bij |
| (zij/ze) gingen langs bij |
|
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) ben langsgegaan bij |
| (jij/je) bent langsgegaan bij |
| (hij/zij/ze/het) is langsgegaan bij |
| (wij/we) zijn langsgegaan bij |
| (jullie) zijn langsgegaan bij |
| (zij/ze) zijn langsgegaan bij |
|
Voltooid verleden tijd (VVT)
| (ik) ben langsgegaan bij |
| (jij/je) bent langsgegaan bij |
| (hij/zij/ze/het) is langsgegaan bij |
| (wij/we) zijn langsgegaan bij |
| (jullie) zijn langsgegaan bij |
| (zij/ze) zijn langsgegaan bij |
|
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
| (ik) zal langsgaan |
| (jij/je) zal langsgaan |
| (hij/zij/ze/het) zal langsgaan |
| (wij/we) zullen langsgaan |
| (jullie) zullen langsgaan |
| (zij/ze) zullen langsgaan |
|
Voltooid toekomende tijd (VTTk)
| (ik) zal langsgegaan zijn |
| (jij/je) zult langsgegaan zijn |
| (hij/zij/ze/het) zal langsgegaan zijn |
| (wij/we) zullen langsgegaan zijn |
| (jullie) zullen langsgegaan zijn |
| (zij/ze) zullen langsgegaan zijn |
|
|
Conditionele wijs
|
Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)
| (ik) zou langsgaan bij |
| (jij/je) zou langsgaan bij |
| (hij/zij/ze/het) zou langsgaan bij |
| (wij/we) zouden langsgaan bij |
| (jullie) zouden langsgaan bij |
| (zij/ze) zouden langsgaan bij |
|
Conditionele Verleden Tijd (CVT)
| (ik) zou langsgegaan zijn bij |
| (jij/je) zou langsgegaan zijn bij |
| (hij/zij/ze/het) zou langsgegaan zijn bij |
| (wij/we) zouden langsgegaan zijn bij |
| (jullie) zouden langsgegaan zijn bij |
| (zij/ze) zouden langsgegaan zijn bij |
|
|
Imperatief (gebiedende wijs)
|
Gebiedende wijs
|