Betalen (bezahlen)

Betalen (bezahlen)

Lernen Sie, das Verb "Bezahlen" im Niederländischen zu konjugieren: Präsens Verlaufsform, Indikativ.

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Präsens, indikativ)

Alle Konjugationen und Zeiten: Betalen (bezahlen)

Prijzen en geld (Preise und Geld)

Niederländisch
(ik) betaal
(jij/je/u) betaalt / betaal
(hij/zij/ze/het) betaalt
(wij/we) betalen
(jullie) betalen
(zij/ze) betalen