Herinneren (erinnern)

Herinneren (erinnern)

Lernen Sie, das Verb „Erinnern“ im Niederländischen zu konjugieren: Präsens Verlaufsform, Indikativ.

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Präsens, indikativ)

Alle Konjugationen und Zeiten: Herinneren (erinnern)

Rangtelwoorden (Ordnungszahlen)

Niederländisch
(ik) herinner
(jij/je/u) herinnert/herinner
(hij/zij/ze/het) herinnert
(wij/we) herinneren
(jullie) herinneren
(zij/ze) herinneren