Kennen (kennen)
Lerne, das Verb „kennen“ im Niederländischen zu konjugieren: Plusquamperfekt, Indikativ.
Onvoltooid verleden tijd (OVT), aantonende wijs (Präteritum, indikativ)
Alle Konjugationen und Zeiten: Kennen (kennen)
Mijn tijd op school (Meine Schulzeit)
| Niederländisch |
|---|
| (ik) kende |
| (jij/je) kende/kendde |
| (hij/zij/ze/het) kende |
| (wij/we) kenden |
| (jullie) kenden |
| (zij/ze) kenden |