Leren (lernen)

Leren (lernen)

Lerne, das Verb „Lernen“ im Niederländischen zu konjugieren: Plusquamperfekt, Indikativ.

Onvoltooid verleden tijd (OVT), aantonende wijs (Präteritum, indikativ)

Alle Konjugationen und Zeiten: Leren (lernen)

Cijfers en tellen (Zahlen und Zählen)

Niederländisch
(ik) leerde
(jij/je/u) leerde/leerdest
(hij/zij/ze/het) leerde
(wij/we) leerden
(jullie) leerden
(zij/ze) leerden