Bestellen (to order)
Learn to conjugate the verb "to order" in Dutch: past perfect, indicative mood tense
Onvoltooid verleden tijd (OVT), aantonende wijs (Past Perfect, indicative mood)
All conjugations and tenses: Bestellen (to order)
Eten bestellen en uit eten gaan (Ordering food and dining out)
| Dutch |
|---|
| (ik) bestelde |
| (jij/je/u) bestelde / bestelde |
| (hij/zij/ze/het) bestelde |
| (wij/we) bestelden |
| (jullie) bestelden |
| (zij/ze) bestelden |