Kunnen (can)

Kunnen (can)

Learn to conjugate the verb "Can" in Dutch: past perfect, indicative mood tense

Onvoltooid verleden tijd (OVT), aantonende wijs (Past Perfect, indicative mood)

All conjugations and tenses: Kunnen (can)

Koken en bakken (Cooking and baking)

Dutch
(ik) kon
(jij/je) kon/konde
(hij/zij/ze/het) kon
(wij/we) konden
(jullie) konden
(zij/ze) konden