Rijden (to drive)

Rijden (to drive)

Learn to conjugate the verb "to drive" in Dutch: past perfect, indicative mood tense

Onvoltooid verleden tijd (OVT), aantonende wijs (Past Perfect, indicative mood)

All conjugations and tenses: Rijden (to drive)

Transport (Transportation)

Dutch
(ik) reed
(jij/je/u) reed/reedde
(hij/zij/ze/het) reed
(wij/we) reden
(jullie) reden
(zij/ze) reden