Schenken (to give)
Learn to conjugate the verb "to give (as a gift)" in Dutch: future perfect, indicative mood tense
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk), aantonende wijs (Future perfect, indicative mood)
All conjugations and tenses: Schenken (to give)
Vrienden bezoeken (Visiting friends)
| (ik) zal schenken |
| (jij/je) zult schenken |
| (hij/zij/ze/het) zal schenken |
| (wij/we) zullen schenken |
| (jullie) zullen schenken |
| (zij/ze) zullen schenken |