Trainen (to train)

Trainen (to train)

Learn to conjugate the verb "to train" in Dutch: past perfect, indicative mood tense

Onvoltooid verleden tijd (OVT), aantonende wijs (Past Perfect, indicative mood)

All conjugations and tenses: Trainen (to train)

Oefening en levensstijl (Exercise and lifestyle)

Dutch
(ik) trainde
(jij/je) trainde
(hij/zij/ze/het) trainde
(wij/we) trainden
(jullie) trainden
(zij/ze) trainden