Bestellen (bestellen) - Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

 Bestellen (bestellen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Bestellen - Vervoeging van bestellen in het Nederlands: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige tijd, onvoltooid tegenwoordige tijd (Präsens, indikativ).

Präsens, indikativ (Tegenwoordige tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Bestellen (bestellen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Nederlandse les - Eten bestellen en uit eten gaan (Eten bestellen en uit eten gaan)

Vervoeging van bestellen in de tegenwoordige tijd

Nederlands Nederlands
(ich) bestelle ik bestel
(du) bestellst jij bestelt
(er/sie/es) bestellt hij/zij/het bestelt
(wir) bestellen wij bestellen
(ihr) bestellt jullie bestellen
(sie) bestellen zij bestellen

Voorbeeldzinnen

Nederlands Nederlands
Ich bestelle das Hauptgericht im Restaurant. Ik bestel het hoofdgerecht in het restaurant.
Bestellst du das Getränk an der Bar? bestel jij het drankje aan de bar
Er bestellt das Dessert aus der Menukarte. Hij bestelt het dessert van de menukaart.
Wir bestellen heute in der Kantine das Vorspeise. Wij bestellen vandaag in de kantine het voorgerecht.
Bestellt ihr das Gericht schnell, bitte? Bestellen jullie het gerecht snel alstublieft
Sie bestellen immer das gleiche Hauptgericht. zij bestellen altijd hetzelfde hoofdgerecht