A1.39 - Eten bestellen en uit eten gaan
Eten bestellen en uit eten gaan
1. Taalonderdompeling
A1.39.1 Activiteit
Eten bestellen in het restaurant
3. Grammatica
A1.39.2 Grammatica
Voltooide deelwoorden als bijvoeglijk naamwoord
Belangrijk werkwoord
Nemen (nemen)
Belangrijk werkwoord
Bestellen (bestellen)
Belangrijk werkwoord
Bakken (bakken)
4. Oefeningen
Oefening 1: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Nieuwsbrief van bedrijfskantine ‘De Pauze’
Woorden om te gebruiken: reserveren, restaurant, menukaart, voorgerecht, bar, nagerecht, hoofdgerecht, Drankjes, kantine
(Nieuwsbrief van bedrijfskantine ‘De Pauze’)
Vanaf volgende week heeft de bedrijfskantine langere openingstijden. U kunt nu elke werkdag van 11.30 tot 14.30 uur in het eten. Op de staan elke dag drie gerechten: een soep als , een warm met vlees of vis, en een klein . Ook zijn er broodjes en salades.
U kunt tot 10.00 uur online een tafel voor de lunch. Schrijf uw naam, het aantal personen en het tijdstip. In de bestelt u eerst uw eten aan de en dan neemt u plaats aan de gereserveerde tafel. U kunt pinnen of contant betalen. , zoals koffie, thee en fris, bestelt u apart.
-
Wat kunt u elke dag als hoofdgerecht eten in de bedrijfskantine?
-
Wat moet u doen als u een tafel wilt reserveren?
-
Hoe betaalt u in de kantine, en hoe betaalt u meestal zelf in een restaurant?
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. We ___ vanavond een gereserveerde tafel bij het nieuwe restaurant in de stad.
2. Gisteren ___ ik online een grote tafel in dat drukke restaurant ___.
3. In de open keuken ___ de koks het vers gebakken brood voor bij het voorgerecht.
4. We ___ al een bestelde maaltijd op kantoor, maar in het weekend ___ we liever een rustig diner in een klein restaurant.
Oefening 4: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Tafel reserveren voor vanavond
Gast: Show Goedemiddag, ik wil graag een tafel reserveren voor vanavond.
Medewerker restaurant: Show Goedemiddag, voor hoeveel personen en hoe laat wilt u komen?
Gast: Show Voor vier personen om zeven uur, is dat mogelijk?
Medewerker restaurant: Show Dat is mogelijk. Ik zet u op de lijst voor zeven uur. Tot vanavond!
Open vragen:
1. Voor hoeveel personen reserveer jij meestal in een restaurant?
2. Hoe laat ga jij graag uit eten: vroeg of laat?
Bestellen in de bedrijfskantine
Werknemer: Show Hallo, mag ik de menukaart even zien?
Kantinemedewerker: Show Natuurlijk, hier is de menukaart. Het hoofdgerecht van vandaag is pasta.
Werknemer: Show Dan neem ik de pasta en een cola, alstublieft.
Kantinemedewerker: Show Prima, ik maak uw gerecht en uw drankje klaar.
Open vragen:
1. Wat neem jij meestal als hoofdgerecht in de kantine of in een restaurant?
2. Welk drankje kies jij meestal bij de lunch?
Oefening 5: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Situatie 1 – Werklunch in een restaurant Je reserveert een tafel in een restaurant voor een werklunch met collega’s. Je belt het restaurant en zegt wat je wilt. (Gebruik: De tafel, reserveren, tijd, aantal personen) Wat zeg je aan de telefoon?
Ik wil graag
Voorbeeld:
Ik wil graag een tafel reserveren voor vier personen om twaalf uur vanmiddag.
2. Situatie 2 – Koffie in de kantine op je werk Je staat in de kantine met een collega. Jij gaat iets te drinken halen bij de bar. Je zegt wat je neemt. (Gebruik: Het drankje, nemen, koffie/thee) Wat zeg je tegen je collega?
Ik neem als
Voorbeeld:
Ik neem als drankje een koffie met melk.
3. Situatie 3 – Uit eten met je partner Je zit in een restaurant met je partner. De ober vraagt wat je wilt eten. Je kiest een hoofdgerecht van de menukaart. (Gebruik: Het hoofdgerecht, de menukaart, bestellen) Wat zeg je tegen de ober?
Als hoofdgerecht wil
Voorbeeld:
Als hoofdgerecht wil ik graag de pasta met groenten bestellen.
4. Situatie 4 – Toetje bij een zakenetentje Je bent met een zakenrelatie in een restaurant. Jullie hebben het hoofdgerecht op. De ober vraagt of je nog een nagerecht wilt. (Gebruik: Het nagerecht, nemen, lekker) Wat zeg je tegen de ober?
Ik neem graag
Voorbeeld:
Ik neem graag het nagerecht met ijs, dat ziet er lekker uit.
Oefening 6: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over hoe jij meestal uit eten gaat of in de kantine eet (met wie, wat je bestelt en hoe je betaalt).
Nuttige uitdrukkingen:
Ik reserveer een tafel om … uur. / Ik neem als voorgerecht … / Ik bestel een drankje: … / Ik betaal meestal met pin / contant.
Oefening 7: Gespreksoefening
Instructie:
- Bestel wat je wilt van het menu. (Bestel wat je wilt van het menu.)
- Speel een dialoog in het restaurant af. (Speel een dialoog in het restaurant af.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
Mag ik de menukaart alstublieft? |
|
Wil je bestellen? |
|
Ik wil een salade als voorgerecht. |
|
Ik wil profiteroles als dessert. |
|
Kan ik voor vier personen een tafel reserveren om 8 uur? |
|
Ik wil een pizza als hoofdgerecht. |
| ... |