Denken (denken) - Präteritum, indikativ (Verleden tijd, indicatief) Delen Gekopieerd!

Denken - Werkwoordvervoeging van Denken in het Nederlands: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de onvoltooid verleden tijd, aanvoegende wijs (Präteritum, indikativ).
Präteritum, indikativ (Verleden tijd, indicatief)
Alle vervoegingen en tijden: Denken (denken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Lesprogramma: Nederlandse les - Bucketlist (Bucketlist)
Vervoeging van denken in de Präteritum
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ich) dachte | Ik dacht |
(du) dachtest | jij dacht |
(er/sie/es) dachte | hij/zij/het dacht |
(wir) dachten | wij dachten |
(ihr) dachtet | jullie dachten |
(sie) dachten | zij dachten |
Voorbeeldzinnen
Nederlands | Nederlands |
---|---|
Ich dachte, das Argument war richtig. | Ik dacht dat het argument juist was. |
Du dachtest ohne Zweifel über das Kompromis nach. | Jij dacht zonder twijfel over de compromis na. |
Er dachte positiv über die Verhandlung. | Hij dacht positief over de onderhandeling. |
Wir dachten, die Meinung war wichtig. | Wij dachten dat de mening belangrijk was. |
Ihr dachtet, der Vorschlag ist falsch. | jullie dachten dat het voorstel verkeerd was |
Sie dachten nach der Besprechung intensiv. | zij dachten intensief na na de vergadering |