Denken (denken) - Präteritum, indikativ (Verleden tijd, indicatief)

 Denken (denken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Denken - Werkwoordvervoeging van Denken in het Nederlands: vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de onvoltooid verleden tijd, aanvoegende wijs (Präteritum, indikativ).

Präteritum, indikativ (Verleden tijd, indicatief)

Alle vervoegingen en tijden: Denken (denken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Nederlandse les - Bucketlist (Bucketlist)

Vervoeging van denken in de Präteritum

Nederlands Nederlands
(ich) dachte Ik dacht
(du) dachtest jij dacht
(er/sie/es) dachte hij/zij/het dacht
(wir) dachten wij dachten
(ihr) dachtet jullie dachten
(sie) dachten zij dachten

Voorbeeldzinnen

Nederlands Nederlands
Ich dachte, das Argument war richtig. Ik dacht dat het argument juist was.
Du dachtest ohne Zweifel über das Kompromis nach. Jij dacht zonder twijfel over de compromis na.
Er dachte positiv über die Verhandlung. Hij dacht positief over de onderhandeling.
Wir dachten, die Meinung war wichtig. Wij dachten dat de mening belangrijk was.
Ihr dachtet, der Vorschlag ist falsch. jullie dachten dat het voorstel verkeerd was
Sie dachten nach der Besprechung intensiv. zij dachten intensief na na de vergadering