A2.31 - Bucketlist
Bucketlist
1. Taalonderdompeling
A2.31.1 Activiteit
SMART doelen
3. Grammatica
A2.31.2 Grammatica
Advies geven
Belangrijk werkwoord
Zijn (zijn)
Belangrijk werkwoord
Dromen (dromen)
Belangrijk werkwoord
Wensen (wensen)
4. Oefeningen
Oefening 1: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Een realistische bucketlist
Woorden om te gebruiken: onmogelijk, plan, toekomst, droom, beroep, droom, wereldreis
(Een realistische bucketlist)
Ahmed werkt als IT-specialist in een groot ziekenhuis in Amsterdam. Op een vrijdagmiddag praat hij met zijn Nederlandse collega Iris bij de koffieautomaat. Ze hebben net een training over SMART-doelen gehad op het werk. Iris vraagt: “Wat is jouw grootste voor de ?” Ahmed denkt even na. Hij zegt: “Ik van een lange , maar ik wil ook een nieuw leren, misschien docent worden. Nu is dat nog moeilijk, maar niet .”
Iris luistert goed en geeft advies. Ze zegt: “Als ik jou was, zou ik eerst een klein maken. Kies één doel voor dit jaar. Je kunt bijvoorbeeld beginnen met een korte reis in Europa. Volgend jaar kun je een langere reis plannen. En je kunt nu al één cursus doen voor docent. Zo kun je stap voor stap je wens vervullen.” Ahmed vindt dit een goed begin. Hij glimlacht en zegt: “Dank je. Ik ga dit weekend een plan maken. Mijn bucketlist wordt nu een echt plan voor de toekomst.”
-
Waarom vindt Ahmed zijn plan nu nog moeilijk, maar niet onmogelijk?
-
Welk advies geeft Iris aan Ahmed over zijn wereldreis en nieuwe beroep?
-
Wat gaat Ahmed in het weekend doen met zijn bucketlist?
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Als ik jou was, zou ik mijn droom om een wereldreis te maken eindelijk _______.
2. Ik raad je aan om je wensen duidelijk _______ voor de toekomst.
3. In jouw plaats zou ik een beroep kiezen dat ik echt leuk _______.
4. Ik adviseer je om nu te _______ met het plannen van je toekomst.
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Gesprek over plannen voor een wereldreis
Sophie: Show Mark, ik droom al jaren van een wereldreis maken na mijn werk hier.
Mark: Show Dat klinkt fantastisch, Sophie. Hoe wil je beginnen met je plannen?
Sophie: Show Ik wil eerst mijn spaargeld goed beheren en alles realistisch voorbereiden.
Mark: Show Ja, het is belangrijk om je wens te realiseren. Wat wil je precies zien?
Sophie: Show Ik wil de wereld ontdekken, vooral Azië en Zuid-Amerika. Het lijkt misschien onmogelijk, maar ik wil het echt proberen.
Mark: Show Ik vind het mooi dat je zo’n droom hebt. Ik zou ook graag zo willen zijn: vrij en nieuwsgierig naar de toekomst.
Open vragen:
1. Wat is jouw droomreis en waarom?
2. Welke wensen bespreekt Sophie over haar toekomst?
3. Denk je dat het mogelijk is voor Sophie en Mark om een wereldreis te maken in de komende jaren?
Praten over wensen en carrièredoelen met een vriend
Eva: Show Jeroen, mijn droom is om meer verantwoordelijkheid te krijgen in mijn werk.
Jeroen: Show Dat is mooi, Eva. Heb je al stappen gezet om die wens te verwezenlijken?
Eva: Show Ja, ik begin binnenkort met een cursus om beter te leren organiseren.
Jeroen: Show Dat is een goed begin. Ik wil zelf een eigen bedrijf starten, dat is mijn wens voor de toekomst.
Eva: Show Dat klinkt spannend! Heb je al ideeën voor dat bedrijf?
Jeroen: Show Ik denk aan iets met technologie, maar ik weet nog niet precies hoe ik dat kan realiseren.
Open vragen:
1. Wat wil Eva bereiken in haar beroep?
2. Hoe ziet Jeroen zijn toekomst en dromen?
3. Wat betekent het voor jou om een wens te vervullen in je werk?
Oefening 4: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Je collega vraagt naar jouw grootste droom in het leven. Vertel wat je droom is en waarom die belangrijk voor je is. (Gebruik: de droom, belangrijk, ik wil)
Mijn droom is
Voorbeeld:
Mijn droom is om een wereldreis te maken omdat ik graag nieuwe culturen wil ontdekken en veel wil leren.
2. Je praat met een vriend over plannen voor de toekomst. Leg uit welke wens je binnenkort wilt vervullen en waarom. (Gebruik: een wens vervullen, plannen, binnenkort)
Ik wil binnenkort
Voorbeeld:
Ik wil binnenkort mijn wens vervullen om leraar te worden, omdat ik het leuk vind om met mensen te werken.
3. Je collega vraagt naar het begin van jouw carrière. Vertel hoe je bent begonnen met jouw beroep en wat je toen wilde zijn. (Gebruik: het begin, het beroep, willen zijn)
Het begin van
Voorbeeld:
Het begin van mijn carrière was spannend; ik wilde altijd al ingenieur worden en in de technologie werken.
4. Je hebt een gesprek over dromen die soms onmogelijk lijken. Leg uit wat je vindt van dromen die moeilijk te realiseren zijn en wat je zelf wilt doen. (Gebruik: onmogelijk, realiseren, willen)
Sommige dromen zijn
Voorbeeld:
Sommige dromen lijken misschien onmogelijk, maar ik wil proberen ze stap voor stap te realiseren.
5. Je bespreekt met een kennis een grote toekomstwens: een wereldreis maken. Vertel waarom dit op jouw bucketlist staat en wat je hoopt te ervaren. (Gebruik: de toekomst, de wereldreis, wensen)
Een wereldreis is
Voorbeeld:
Een wereldreis is mijn grootste wens voor de toekomst, omdat ik nieuwe plekken wil zien en verschillende mensen wil ontmoeten.
Oefening 5: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf 5 tot 8 zinnen over je eigen bucketlist en leg uit welk doel je eerst wilt realiseren en waarom.
Nuttige uitdrukkingen:
Mijn grootste droom is om... / In de toekomst zou ik graag... / Als eerste wil ik... omdat... / Ik maak een plan om mijn wens te vervullen.
Oefening 6: Gespreksoefening
Instructie:
- Wat wilde je worden toen je een kind was? (Wat wilde je worden toen je een kind was?)
- Welke plannen heb je voor de toekomst? Zou je binnenkort van baan willen veranderen? (Welke plannen heb je voor de toekomst? Wil je binnenkort van baan veranderen?)
- Hoe ga je ze bereiken? (Hoe ga je ze bereiken?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Instructies voor de leraar
- Lees de voorbeeldzinnen hardop voor.
- Beantwoord de vragen over de afbeelding.
- Studenten kunnen deze oefening ook als geschreven tekst voor de volgende les voorbereiden.
Voorbeeldzinnen:
|
Toen ik klein was, wilde ik brandweerman worden. |
|
Als kind droomde ik ervan om dokter te worden. |
|
Ik wil in de toekomst meer verantwoordelijkheid in mijn werk hebben. |
|
Ik wil over een paar jaar de baas van mijn bedrijf zijn. |
|
Ik wil binnenkort van beroep veranderen omdat ik niet tevreden ben met mijn huidige baan. |
|
Ik ga weer naar de universiteit om leraar te worden. |
| ... |