Investire (investeren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van investire (investeren) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Investire (investeren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A2

Module 5: Faccende domestiche quotidiane (Dagelijks huishouden)

Les 33: La mia attività (Mijn eigen bedrijf)

Infinito Participio passato
Investire (investeren) Investito (aangereden)

Werkwoordstijden

Indicativo

Presente 

Italiaans Nederlands

Imperfetto 

Italiaans Nederlands

Passato prossimo 

Italiaans Nederlands

Trapassato prossimo 

Italiaans Nederlands
(io) avevo investito ik had geïnvesteerd
(tu) avevi investito jij had geïnvesteerd
(lui/lei) aveva investito hij/zij had geïnvesteerd
(noi) avevamo investito wij hadden geïnvesteerd
(voi) avevate investito jullie hadden geïnvesteerd
(loro) avevano investito zij hadden geïnvesteerd

Futuro semplice 

Italiaans Nederlands

Futuro anteriore 

Italiaans Nederlands

Condizionale

Condizionale presente 

Italiaans Nederlands

Condizionale passato 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo

Congiuntivo presente 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo passato 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo imperfetto 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo trapassato 

Italiaans Nederlands

Imperativo

Imperativo 

Italiaans Nederlands