Inviare (verzenden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van inviare (verzenden) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Inviare (verzenden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A1

Module 1: Presentarsi (Jezelf voorstellen)

Les 8: Indirizzo e recapiti (Adres en contactgegevens)

Infinito Participio passato
Inviare (Verzenden) Inviato (verzonden)

Werkwoordstijden

Indicativo

Presente 

Italiaans Nederlands
(io) invio ik verzend
(tu) invi / invii jij verzendt / jij verzendt
(lui/lei) invia hij/zij verzendt
(noi) inviamo wij verzenden
(voi) inviate jullie verzenden
(loro) inviamo / inviano zij verzenden

Imperfetto 

Italiaans Nederlands
(io) inviavo ik verzond
(tu) inviavi jij verzond
(lui/lei) inviava hij/zij verzond
(noi) inviavamo wij verzonden
(voi) inviavate jullie verzonden
(loro) inviavano zij verzonden

Passato prossimo 

Italiaans Nederlands
(io) ho inviato / sono inviato ik heb verzonden / ben verzonden
(tu) hai inviato / sei inviato jij hebt verzonden / jij bent verzonden
(lui/lei) ha inviato / è inviato / è inviata hij/zij heeft verzonden
(noi) abbiamo inviato / siamo inviati wij hebben verzonden / zijn verzonden
(voi) avete inviato / siete inviati jullie hebben verzonden / zijn verzonden
(loro) hanno inviato / sono inviati zij hebben verzonden / zijn verzonden

Trapassato prossimo 

Italiaans Nederlands
(io) avevo inviato ik had verzonden
(tu) avevi inviato jij had verzonden
(lui/lei) aveva inviato hij/zij had verzonden
(noi) avevamo inviato wij hadden verzonden
(voi) avevate inviato jullie hadden verzonden
(loro) avevano inviato zij hadden verzonden

Futuro semplice 

Italiaans Nederlands
(io) invierò ik zal verzenden
(tu) invierai/invieresti jij zult verzenden/jij zou verzenden
(lui/lei) invierà hij/zij zal verzenden
(noi) invieremo wij zullen verzenden
(voi) invierete jullie zullen verzenden
(loro) invieranno zij zullen verzenden

Futuro anteriore 

Italiaans Nederlands
(io) avrò inviato ik zal hebben verzonden
(tu) avrai inviato jij zult verzonden hebben
(lui/lei) avrà inviato hij/zij zal hebben verzonden
(noi) avremo inviato wij zullen hebben verzonden
(voi) avrete inviato jullie zullen hebben verzonden
(loro) avranno inviato zij zullen hebben verzonden

Condizionale

Condizionale presente 

Italiaans Nederlands
(io) invierei ik zou verzenden
(tu) invieresti jij zou verzenden
(lui/lei) invierebbe hij/zij zou verzenden
(noi) invieremmo wij zouden verzenden
(voi) inviereste jullie zouden verzenden
(loro) invierebbero zij zouden verzenden

Condizionale passato 

Italiaans Nederlands
(io) avrei inviato ik zou hebben verzonden
(tu) avresti inviato jij zou hebben verzonden
(lui/lei) avrebbe inviato hij/zij zou hebben verzonden
(noi) avremmo inviato wij zouden hebben verzonden
(voi) avreste inviato jullie zouden hebben verzonden
(loro) avrebbero inviato zij zouden verzonden hebben

Congiuntivo

Congiuntivo presente 

Italiaans Nederlands
(io) invia ik verzend
(tu) invia jij verzend
(lui/lei) invia hij/zij verzendt
(noi) inviamo wij verzenden
(voi) inviiate/inviate jullie verzenden/jullie verzenden
(loro) inviino zij verzenden

Congiuntivo passato 

Italiaans Nederlands
(io) abbia inviato Ik heb verzonden
(tu) abbia inviato jij hebt verzonden
(lui/lei) abbia inviato hij/zij heeft verzonden
(noi) abbiamo inviato wij hebben verzonden
(voi) abbiate inviato jullie zouden hebben verzonden
(loro) abbiano inviato zij hebben verzonden

Congiuntivo imperfetto 

Italiaans Nederlands
(io) inviassi ik verzond
(tu) inviassi jij zou verzenden
(lui/lei) inviasse hij zou verzenden/zij zou verzenden
(noi) inviassimo wij verzonden
(voi) inviaste jullie zouden verzenden
(loro) inviassero zij verzonden

Congiuntivo trapassato 

Italiaans Nederlands
(io) abbia inviato ik had verzonden
(tu) abbia inviato jij zou hebben verzonden
(lui/lei) abbia inviato hij/zij heeft verzonden
(noi) abbiamo inviato wij hadden verzonden
(voi) abbiate inviato jullie zouden hebben verzonden
(loro) abbiano inviato zij zouden hebben verzonden

Imperativo

Imperativo 

Italiaans Nederlands
Invii! jij verzendt
Invia! Hij/zij verzend
Invii! jij verzendt
Inviamo! Jullie verzenden
Inviate! verzend ze