Nevicare (sneeuwen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van nevicare (sneeuwen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Nevicare (sneeuwen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A1

Module 2: Dalle ore alle stagioni (Van uren tot seizoenen)

Les 10: Il tempo (Het weer)

Infinito Participio passato
Nevicare (sneeuwen) Nevicato (gesneeuwd)

Werkwoordstijden

Indicativo

Presente 

Italiaans Nederlands
(io) nevico/nevica ik sneeuw
(tu) nevichi jij sneeuwt
(lui/lei) nevica hij/zij sneeuwt
(noi) nevichiamo wij sneeuwen
(voi) nevicate jullie sneeuwen
(loro) nevicano zij sneeuwen

Imperfetto 

Italiaans Nederlands
(io) nevicavo ik sneeuwde
(tu) nevicavi jij sneeuwde
(lui/lei) nevicava hij/zij sneeuwde
(noi) nevicavamo wij sneeuwden
(voi) nevicavate jullie sneeuwden
(loro) nevicavano zij sneeuwden

Passato prossimo 

Italiaans Nederlands
(io) sono nevicato/a ik heb gesneeuwd
(tu) sei nevicato/a jij hebt gesneeuwd
(lui/lei) è nevicato/a hij/zij heeft gesneeuwd
(noi) siamo nevicati/e wij hebben gesneeuwd
(voi) siete nevicati/e jullie hebben gesneeuwd
(loro) sono nevicati/e zij zijn gesneeuwd

Trapassato prossimo 

Italiaans Nederlands
(io) ero nevicato ik had gesneeuwd
(tu) eri nevicato jij had gesneeuwd
(lui/lei) era nevicato hij/zij was gesneeuwd
(noi) eravamo nevicati wij waren gesneeuwd
(voi) eravate nevicati jullie waren gesneeuwd
(loro) erano nevicati zij waren gesneeuwd

Futuro semplice 

Italiaans Nederlands
(io) nevicherò ik zal sneeuwen
(tu) nevicherai jij zult sneeuwen
(lui/lei) nevicherà hij/zij zal sneeuwen
(noi) nevicheremo wij zullen sneeuwen
(voi) nevicherete jullie zullen sneeuwen
(loro) nevicheranno zij zullen sneeuwen

Futuro anteriore 

Italiaans Nederlands
(io) avrò nevicato ik zal gesneeuwd hebben
(tu) avrai nevicato jij zult gesneeuwd hebben
(lui/lei) avrà nevicato hij/zij zal gesneeuwd hebben
(noi) avremo nevicato wij zullen gesneeuwd hebben
(voi) avrete nevicato jullie zullen gesneeuwd hebben
(loro) avranno nevicato zij zullen gesneeuwd hebben

Condizionale

Condizionale presente 

Italiaans Nederlands
(io) nevicherei/nevicherei ik zou sneeuwen
(tu) nevicheresti/nevicheresti jij zou sneeuwen
(lui/lei) nevicherebbe/nevicherebbe hij/zij zou sneeuwen
(noi) nevicheremmo/nevicheremmo wij zouden sneeuwen
(voi) nevichereste/nevichereste jullie zouden sneeuwen
(loro) nevicherebbero/nevicherebbero zij zouden sneeuwen

Condizionale passato 

Italiaans Nederlands
(io) avrei nevicato ik zou gesneeuwd hebben
(tu) avresti nevicato jij zou gesneeuwd hebben
(lui/lei) avrebbe nevicato hij/zij zou gesneeuwd hebben
(noi) avremmo nevicato wij zouden gesneeuwd hebben
(voi) avreste nevicato jullie zouden gesneeuwd hebben
(loro) avrebbero nevicato zij zouden gesneeuwd hebben

Congiuntivo

Congiuntivo presente 

Italiaans Nederlands
(io) nevichi ik sneeuw
(tu) nevichi jij sneeuwt
(lui/lei) nevichi hij/zij sneeuwt
(noi) nevichiamo wij sneeuwen
(voi) nevichiate jullie sneeuwen
(loro) nevichino zij sneeuwen

Congiuntivo passato 

Italiaans Nederlands
(io) abbia nevicato ik heb gesneeuwd
(tu) abbia nevicato jij bent gesneeuwd
(lui/lei) abbia nevicato hij/zij heeft gesneeuwd
(noi) abbiamo nevicato wij hebben gesneeuwd
(voi) abbiate nevicato jullie zijn gesneeuwd
(loro) abbiano nevicato zij hebben gesneeuwd

Congiuntivo imperfetto 

Italiaans Nederlands
(io) nevicassi ik sneeuwde
(tu) nevicassi jij zou sneeuwen
(lui/lei) nevicasse hij/zij zou sneeuwen
(noi) nevicassimo wij sneeuwden
(voi) nevicaste jullie sneeuwden
(loro) nevicassero zij zouden sneeuwen

Congiuntivo trapassato 

Italiaans Nederlands
(io) che io avessi nevicato ik had gesneeuwd
(tu) che tu avessi nevicato jij zou gesneeuwd hebben
(lui/lei) che lui/lei avesse nevicato hij/zij was gesneeuwd
(noi) che noi avessimo nevicato wij hadden gesneeuwd
(voi) che voi aveste nevicato jullie hadden gesneeuwd
(loro) che loro avessero nevicato zij hadden gesneeuwd

Imperativo

Imperativo 

Italiaans Nederlands
- jij sneeuw
Nevica! Hij/zij sneeuwt
Nevichi! Laten we sneeuwen
Nevichiamo! jullie sneeuw
Nevicate! zij sneeuwen