Pensare (denken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van pensare (denken) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Pensare (denken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A2

Module 1: Viaggiare: nella natura! (Reizen: op avontuur!)

Les 8: Vacanza disastrosa? (Vakantieramp?)

Infinito Participio passato
Pensare (denken) Pensato (gedacht)

Werkwoordstijden

Indicativo

Presente 

Italiaans Nederlands

Imperfetto 

Italiaans Nederlands

Passato prossimo 

Italiaans Nederlands
(io) ho pensato ik heb gedacht
(tu) hai pensato jij hebt gedacht
(lui/lei) ha pensato hij/zij heeft gedacht
(noi) abbiamo pensato wij hebben gedacht
(voi) avete pensato jullie hebben gedacht
(loro) hanno pensato zij hebben gedacht

Trapassato prossimo 

Italiaans Nederlands

Futuro semplice 

Italiaans Nederlands

Futuro anteriore 

Italiaans Nederlands

Condizionale

Condizionale presente 

Italiaans Nederlands

Condizionale passato 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo

Congiuntivo presente 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo passato 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo imperfetto 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo trapassato 

Italiaans Nederlands

Imperativo

Imperativo 

Italiaans Nederlands