Prepararsi (zich klaarmaken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van prepararsi (zich klaarmaken) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Prepararsi (zich klaarmaken) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A2

Module 1: Viaggiare: nella natura! (Reizen: op avontuur!)

Les 2: Preparare i bagagli (Je bagage pakken)

Infinito Participio passato
Prepararsi (zich klaarmaken) Preparatosi (klaargemaakt)

Werkwoordstijden

Indicativo

Presente 

Italiaans Nederlands
(io) mi preparo ik maak me klaar
(tu) ti prepari jij maakt je klaar
(lui/lei) si prepara hij/zij maakt zich klaar
(noi) ci prepariamo wij maken ons klaar
(voi) vi preparate jullie maken zich klaar
(loro) si preparano zij maken zich klaar

Imperfetto 

Italiaans Nederlands

Passato prossimo 

Italiaans Nederlands

Trapassato prossimo 

Italiaans Nederlands

Futuro semplice 

Italiaans Nederlands

Futuro anteriore 

Italiaans Nederlands

Condizionale

Condizionale presente 

Italiaans Nederlands

Condizionale passato 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo

Congiuntivo presente 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo passato 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo imperfetto 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo trapassato 

Italiaans Nederlands

Imperativo

Imperativo 

Italiaans Nederlands