Riportare (rapporteren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van riportare (rapporteren) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Riportare (rapporteren) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A2

Module 1: Viaggiare: nella natura! (Reizen: op avontuur!)

Les 6: In hotel (Op hotel)

Infinito Participio passato
Riportare (rapporteren) Riportato (gerapporteerd)

Werkwoordstijden

Indicativo

Presente 

Italiaans Nederlands

Imperfetto 

Italiaans Nederlands

Passato prossimo 

Italiaans Nederlands
(io) ho riportato ik heb gerapporteerd
(tu) hai riportato jij hebt gerapporteerd
(lui/lei) ha riportato hij/zij heeft gerapporteerd
(noi) abbiamo riportato wij hebben gerapporteerd
(voi) avete riportato jullie hebben gerapporteerd
(loro) hanno riportato zij hebben gerapporteerd

Trapassato prossimo 

Italiaans Nederlands

Futuro semplice 

Italiaans Nederlands

Futuro anteriore 

Italiaans Nederlands

Condizionale

Condizionale presente 

Italiaans Nederlands

Condizionale passato 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo

Congiuntivo presente 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo passato 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo imperfetto 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo trapassato 

Italiaans Nederlands

Imperativo

Imperativo 

Italiaans Nederlands