Risparmiare (besparen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van risparmiare (besparen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Risparmiare (besparen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A2

Module 5: Faccende domestiche quotidiane (Dagelijks huishouden)

Les 34: Andare in pensione (Met pensioen gaan)

Infinito Participio passato
Risparmiare (besparen) Risparmiato (bespaard)

Werkwoordstijden

Indicativo

Presente 

Italiaans Nederlands

Imperfetto 

Italiaans Nederlands

Passato prossimo 

Italiaans Nederlands

Trapassato prossimo 

Italiaans Nederlands

Futuro semplice 

Italiaans Nederlands

Futuro anteriore 

Italiaans Nederlands

Condizionale

Condizionale presente 

Italiaans Nederlands
(io) risparmierei ik zou besparen
(tu) risparmieresti jij zou besparen
(lui/lei) risparmierebbe hij/zij zou besparen
(noi) risparmieremmo wij zouden besparen
(voi) risparmiereste jullie zouden besparen
(loro) risparmierebbero zij zouden besparen

Condizionale passato 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo

Congiuntivo presente 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo passato 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo imperfetto 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo trapassato 

Italiaans Nederlands

Imperativo

Imperativo 

Italiaans Nederlands