Rispondere (antwoorden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen
Delen
Gekopieerd!
Vervoeging van rispondere (antwoorden) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.
Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:
Niveau:
A1
Module 3:
Ogni giorno
(Dag tot dag)
Les 18:
Chiedere cose
(Dingen vragen)
Infinito |
Participio passato |
Rispondere
(antwoorden)
|
Risposto
(gereageerd)
|
Werkwoordstijden
Indicativo
Presente
Delen
Gekopieerd!
Italiaans |
Nederlands |
(io) rispondo |
ik antwoord |
(tu) rispondi |
jij antwoordt |
(lui/lei) risponde |
hij/zij antwoordt |
(noi) rispondiamo |
wij antwoorden |
(voi) rispondete |
jullie antwoorden |
(loro) rispondono |
zij antwoorden |
|
Imperfetto
Delen
Gekopieerd!
Italiaans |
Nederlands |
(io) rispondevo |
ik antwoordde |
(tu) rispondevi |
jij antwoordde |
(lui/lei) rispondeva |
hij/zij antwoordde |
(noi) rispondevamo |
wij antwoordden |
(voi) rispondevate |
jullie antwoorden |
(loro) rispondevano |
zij antwoordden |
|
Passato prossimo
Delen
Gekopieerd!
Italiaans |
Nederlands |
(io) ho risposto |
Ik heb geantwoord |
(tu) hai risposto |
jij hebt geantwoord |
(lui/lei) ha risposto |
hij/zij heeft geantwoord |
(noi) abbiamo risposto |
wij hebben geantwoord |
(voi) avete risposto |
jullie hebben geantwoord |
(loro) hanno risposto |
zij hebben geantwoord |
|
Trapassato prossimo
Delen
Gekopieerd!
Italiaans |
Nederlands |
(io) avevo risposto |
ik had geantwoord |
(tu) avevi risposto |
jij had geantwoord |
(lui/lei) aveva risposto |
hij/zij had geantwoord |
(noi) avevamo risposto |
wij hadden geantwoord |
(voi) avevate risposto |
jullie hadden geantwoord |
(loro) avevano risposto |
zij hadden geantwoord |
|
Futuro semplice
Delen
Gekopieerd!
Italiaans |
Nederlands |
(io) risponderò |
ik zal antwoorden |
(tu) risponderai |
jij zult antwoorden |
(lui/lei) risponderà |
hij/zij zal antwoorden |
(noi) risponderemo |
wij zullen antwoorden |
(voi) risponderete |
jullie zullen antwoorden |
(loro) risponderanno |
zij zullen antwoorden |
|
Futuro anteriore
Delen
Gekopieerd!
Italiaans |
Nederlands |
(io) avrò risposto |
ik zal hebben geantwoord |
(tu) avrai risposto |
jij zult hebben geantwoord |
(lui/lei) avrà risposto |
hij/zij zal hebben geantwoord |
(noi) avremo risposto |
wij zullen hebben geantwoord |
(voi) avrete risposto |
jullie zullen geantwoord hebben |
(loro) avranno risposto |
zij zullen hebben geantwoord |
|
Condizionale
Condizionale presente
Delen
Gekopieerd!
Italiaans |
Nederlands |
(io) risponderei |
ik zou antwoorden |
(tu) risponderesti |
jij zou antwoorden |
(lui/lei) risponderebbe |
hij/zij zou antwoorden |
(noi) risponderemmo |
wij zouden antwoorden |
(voi) rispondereste |
jullie zouden antwoorden |
(loro) risponderebbero |
zij zouden antwoorden |
|
Condizionale passato
Delen
Gekopieerd!
Italiaans |
Nederlands |
(io) avrei risposto |
ik zou hebben geantwoord |
(tu) avresti risposto |
jij zou hebben geantwoord |
(lui/lei) avrebbe risposto |
hij/zij zou geantwoord hebben |
(noi) avremmo risposto |
wij zouden hebben geantwoord |
(voi) avreste risposto |
jullie zouden hebben geantwoord |
(loro) avrebbero risposto |
zij zouden geantwoord hebben |
|
Congiuntivo
Congiuntivo presente
Delen
Gekopieerd!
Italiaans |
Nederlands |
(io) risponda |
ik antwoord |
(tu) risponda |
jij antwoorden |
(lui/lei) risponda |
hij/zij antwoorde |
(noi) rispondiamo |
wij antwoorden |
(voi) rispondiate |
jullie antwoorden |
(loro) rispondano |
zij antwoorden |
|
Congiuntivo passato
Delen
Gekopieerd!
Italiaans |
Nederlands |
(io) abbia risposto |
ik heb geantwoord |
(tu) abbia risposto |
jij hebt geantwoord |
(lui/lei) abbia risposto |
hij/zij heeft geantwoord |
(noi) abbiamo risposto |
wij hebben geantwoord |
(voi) abbiate risposto |
jullie hebben geantwoord |
(loro) abbiano risposto |
zij hebben geantwoord |
|
Congiuntivo imperfetto
Delen
Gekopieerd!
Italiaans |
Nederlands |
(io) rispondessi |
ik zou antwoorden |
(tu) rispondessi |
jij zou antwoorden |
(lui/lei) rispondesse |
hij/zij zou antwoorden |
(noi) rispondessimo |
wij zouden antwoorden |
(voi) rispondeste |
jullie zouden antwoorden |
(loro) rispondessero |
zij zouden antwoorden |
|
Congiuntivo trapassato
Delen
Gekopieerd!
Italiaans |
Nederlands |
(io) che io avessi risposto |
ik had geantwoord |
(tu) che tu avessi risposto |
jij had geantwoord |
(lui/lei) che lui/lei avesse risposto |
hij/zij had geantwoord |
(noi) che noi avessimo risposto |
wij hadden geantwoord |
(voi) che voi aveste risposto |
jullie hadden geantwoord |
(loro) che loro avessero risposto |
zij hadden geantwoord |
|
Imperativo
Imperativo
Delen
Gekopieerd!
Italiaans |
Nederlands |
Rispondo! |
jij antwoord |
Rispondi! |
Hij/zij antwoord |
Risponda! |
Wij antwoorden |
Rispondiamo! |
Jullie antwoorden |
Rispondete! |
zij antwoorden |
|