Leer in deze les Italiaanse vraagwoorden als 'Che cosa', 'Chi', 'Dove', 'Quando' en werkwoorden zoals 'chiedere', 'rispondere'. Ontdek nuttige vragen zoals 'Che cosa vuoi per cena?' en 'Chi prepara la pasta?' voor dagelijkse gesprekken.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (13) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Verdeel de woorden in twee groepen: vragende woorden en nuttige werkwoorden voor gesprekken.
Parole interrogative
Verbi della conversazione
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
La domanda
De vraag
2
Sbagliato
Verkeerd
3
Corretto
Correct
4
Quando?
Wanneer?
5
Cosa?
Wat?
Esercizio 5: Gespreksoefening
Istruzione:
- Maak een zin die bij de afbeelding past, gebruik een vraag. (Maak een zin die bij de afbeelding past, met een vraag.)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Scusi, cosa ____ lei riguardo al prezzo?
(Pardon, wat ____ u met betrekking tot de prijs?)2. Io ____ sempre con calma alle domande dei clienti.
(Ik ____ altijd rustig op de vragen van klanten.)3. Tu ____ la domanda? Non ho capito bene.
(Jij ____ de vraag? Ik heb het niet goed begrepen.)4. Noi ____ sempre ai nostri colleghi informazioni utili.
(Wij ____ onze collega's altijd nuttige informatie.)Oefening 8: Op de markt met vragen
Instructie:
Werkwoordschema's
Chiedere - Vragen
Presente
- io chiedo
- tu chiedi
- lui/lei chiede
- noi chiediamo
- voi chiedete
- loro chiedono
Ripetere - Herhalen
Presente
- io ripeto
- tu ripeti
- lui/lei ripete
- noi ripetiamo
- voi ripetete
- loro ripetono
Rispondere - Antwoorden
Presente
- io rispondo
- tu rispondi
- lui/lei risponde
- noi rispondiamo
- voi rispondete
- loro rispondono
Oefening 9: Gli interrogativi
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: De vraagwoorden
Toon vertaling Toon antwoordenCome mai, Chi, Quando, Che cosa, Quale, Quanto, Dove
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Ripetere herhalen Delen Gekopieerd!
Presente
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) ripeto | ik herhaal |
(tu) ripeti | jij herhaalt |
(lui/lei) ripete | hij/zij herhaalt |
(noi) ripetiamo | wij herhalen |
(voi) ripetete | jullie herhalen |
(loro) ripetono | zij herhalen |
Rispondere antwoorden Delen Gekopieerd!
Presente
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) rispondo | ik antwoord |
(tu) rispondi | jij antwoordt |
(lui/lei) risponde | hij/zij antwoordt |
(noi) rispondiamo | wij antwoorden |
(voi) rispondete | jullie antwoorden |
(loro) rispondono | zij antwoorden |
Chiedere vragen Delen Gekopieerd!
Presente
Italiaans | Nederlands |
---|---|
(io) chiedo | ik vraag |
(tu) chiedi | jij vraagt |
(lui/lei) chiede | hij/zij vraagt |
(noi) chiediamo | wij vragen |
(voi) chiedete | jullie vragen |
(loro) chiedono | zij vragen |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Italiaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem gewoon vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Lesoverzicht: Vragen Stellen in het Italiaans
In deze les leer je hoe je in het Italiaans op een natuurlijke en correcte manier vragen stelt. Dit is essentieel om gesprekken te voeren, informatie te verzamelen en jezelf goed uit te drukken in alledaagse situaties.
Belangrijke vragenwoorden (Gli interrogativi)
De basis van het stellen van vragen in het Italiaans zijn de vraagwoorden. Enkele voorbeelden die je deze les zult gebruiken zijn:
- Che cosa (Wat)
- Chi (Wie)
- Dove (Waar)
- Quando (Wanneer)
- Come (Hoe)
- Quale (Welke)
Deze woorden zijn essentieel om specifieke informatie te vragen over personen, plaatsen, tijden, redenen en manieren.
Veelvoorkomende werkwoorden rondom vragen
Naast de vraagwoorden zijn er werkwoorden die vaak voorkomen bij de actie van vragen en antwoorden:
- Chiedere (vragen)
- Rispondere (antwoorden)
- La domanda (de vraag)
Deze werkwoorden helpen je om gesprekken te voeren en informatie uit te wisselen.
Praktische dialogen om te oefenen
De les bevat dialogen die je in realistische situaties kunt toepassen, bijvoorbeeld:
- Op de markt: Je vraagt naar vers fruit en geeft je voorkeur aan.
- In het restaurant: Vragen over het menu, aanbevelingen en zitplaatsen.
- Op kantoor: Vragen over projecten, planning en werkwijzen.
Deze voorbeelden laten zien hoe je vragen stelt en daarop antwoordt in een context die je dagelijks tegen kunt komen.
Werkwoordsvervoegingen
Je leert ook de vervoeging van belangrijke werkwoorden in de tegenwoordige tijd, zoals:
- io chiedo, tu chiedi, lui/lei chiede, noi chiediamo, voi chiedete, loro chiedono
- io rispondo, tu rispondi, lui/lei risponde, noi rispondiamo, voi rispondete, loro rispondono
- io ripeto, tu ripeti, lui/lei ripete, noi ripetiamo, voi ripetete, loro ripetono
Dit helpt je om soepele en correcte zinnen te formuleren tijdens het vragen stellen en beantwoorden.
Opmerkingen bij verschillen tussen Nederlands en Italiaans
In tegenstelling tot het Nederlands, plaatst het Italiaans het vraagwoord meestal direct aan het begin van de zin, gevolgd door de persoonsvorm en de rest van de zin. Ook kent het Italiaans specifieke vraaguitdrukkingen zoals Come mai (waarom eigenlijk), die iets formeler of preciezer kunnen zijn dan het Nederlandse 'waarom'.
Handige uitdrukkingen om te onthouden:
- Che cosa vuoi mangiare stasera? (Wat wil je vanavond eten?)
- Dove vai dopo il lavoro oggi? (Waar ga je na het werk vandaag?)
- Chi prepara la pasta alla carbonara? (Wie maakt de pasta alla carbonara?)
- Come mai sei arrivato in ritardo? (Waarom ben je te laat aangekomen?)
Door deze zinnen te oefenen begrijp je beter hoe je duidelijke en natuurlijke vragen stelt in het Italiaans.