A1.18: Dingen vragen

Chiedere cose

Leer in deze les Italiaanse vraagwoorden als 'Che cosa', 'Chi', 'Dove', 'Quando' en werkwoorden zoals 'chiedere', 'rispondere'. Ontdek nuttige vragen zoals 'Che cosa vuoi per cena?' en 'Chi prepara la pasta?' voor dagelijkse gesprekken.

Luister- en leesmateriaal

Oefen woordenschat in context met echte materialen.

A1.18.1 Racconto breve

Le domande aperte e le domande chiuse

De open vragen en de gesloten vragen


Woordenschat (13)

 Quale?: Welke? (Italian)

Quale?

Show

Welke? Show

 Dove?: Waar? (Italian)

Dove?

Show

Waar? Show

 Quanto?: Hoeveel? (Italian)

Quanto?

Show

Hoeveel? Show

 Cosa?: Wat? (Italian)

Cosa?

Show

Wat? Show

 Quando?: Wanneer? (Italian)

Quando?

Show

Wanneer? Show

 L'argomento: Het onderwerp (Italian)

L'argomento

Show

Het onderwerp Show

 Corretto: Correct (Italian)

Corretto

Show

Correct Show

 Sbagliato: verkeerd (Italian)

Sbagliato

Show

Verkeerd Show

 La domanda: de vraag (Italian)

La domanda

Show

De vraag Show

 La risposta: het antwoord (Italian)

La risposta

Show

Het antwoord Show

 Chiedere (vragen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Chiedere

Show

Vragen Show

 Rispondere (antwoorden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Rispondere

Show

Antwoorden Show

 Ripetere (herhalen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Ripetere

Show

Herhalen Show

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Oefening 1: Zinnen herschikken

Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.

Toon antwoorden
1.
cosa | mangi | pranzo | Che | oggi? | a
Che cosa mangi a pranzo oggi?
(Wat eet je vandaag lunchen?)
2.
cucina | la | cena | stasera? | Chi
Chi cucina la cena stasera?
(Wie kookt het avondeten vanavond?)
3.
vai | il | lavoro? | Dove | dopo
Dove vai dopo il lavoro?
(Waar ga je na het werk heen?)
4.
mercato? | al | la | spesa | Quando | fai
Quando fai la spesa al mercato?
(Wanneer doe je boodschappen op de markt?)
5.
verde | preferisci, | nero? | Quale | o | tè
Quale tè preferisci, verde o nero?
(Welke thee geef je de voorkeur aan, groen of zwart?)
6.
chiede il | conto al | ristorante? | Come si
Come si chiede il conto al ristorante?
(Hoe vraag je om de rekening in het restaurant?)

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Kom de vertalingen overeen

Che cosa vuoi mangiare stasera a casa? (Wat wil je vanavond thuis eten?)
Quando impari l’italiano è importante esercitarsi ogni giorno. (Wanneer je Italiaans leert is het belangrijk om elke dag te oefenen.)
Chi cucina oggi nella tua famiglia? (Wie kookt er vandaag in jouw familie?)
Dove posso trovare un buon ristorante italiano qui? (Waar kan ik hier een goed Italiaans restaurant vinden?)

Oefening 3: Clusteren van woorden

Instructie: Verdeel de woorden in twee groepen: vragende woorden en nuttige werkwoorden voor gesprekken.

Parole interrogative

Verbi della conversazione

Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin

Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.

1

La domanda


De vraag

2

Sbagliato


Verkeerd

3

Corretto


Correct

4

Quando?


Wanneer?

5

Cosa?


Wat?

Esercizio 5: Gespreksoefening

Istruzione:

  1. Maak een zin die bij de afbeelding past, gebruik een vraag. (Maak een zin die bij de afbeelding past, met een vraag.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Quanto è il conto?

Hoeveel is de rekening?

Cosa dici?

Wat zeg je?

Quale vuoi?

Welke wil je?

Dove dobbiamo andare?

Waar moeten we heen?

Qual è il tuo lavoro?

Wat is jouw baan?

Che lingua parli?

Welke taal spreek je?

...

Oefening 6: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 7: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Scusi, cosa ____ lei riguardo al prezzo?

(Pardon, wat ____ u met betrekking tot de prijs?)

2. Io ____ sempre con calma alle domande dei clienti.

(Ik ____ altijd rustig op de vragen van klanten.)

3. Tu ____ la domanda? Non ho capito bene.

(Jij ____ de vraag? Ik heb het niet goed begrepen.)

4. Noi ____ sempre ai nostri colleghi informazioni utili.

(Wij ____ onze collega's altijd nuttige informatie.)

Oefening 8: Op de markt met vragen

Instructie:

Oggi io (Chiedere - Presente) ai venditori: “Che cosa (Ripetere - Presente) sul cartello?” Maria (Rispondere - Presente) : “Noi (Chiedere - Presente) sempre cosa vogliono i clienti.” Poi tu (Ripetere - Presente) la domanda: “Chi (Rispondere - Presente) alle domande dei clienti?” Marco (Chiedere - Presente) : “Come mai (Ripetere - Presente) la domanda?” Io (Rispondere - Presente) : “Perché voglio essere sicuro che tutti (Chiedere - Presente) .” Alla fine, noi tutti (Chiedere - Presente) altre informazioni sul prodotto.


Vandaag vraag ik de verkopers: "Wat herhalen jullie op het bord?" Maria antwoordt : "Wij vragen altijd wat de klanten willen." Dan herhaal jij de vraag: "Wie antwoordt op de vragen van de klanten?" Marco vraagt : "Waarom herhaal je de vraag?" Ik antwoord : "Omdat ik zeker wil zijn dat iedereen het begrijpt ." Uiteindelijk vragen wij allemaal om meer informatie over het product.

Werkwoordschema's

Chiedere - Vragen

Presente

  • io chiedo
  • tu chiedi
  • lui/lei chiede
  • noi chiediamo
  • voi chiedete
  • loro chiedono

Ripetere - Herhalen

Presente

  • io ripeto
  • tu ripeti
  • lui/lei ripete
  • noi ripetiamo
  • voi ripetete
  • loro ripetono

Rispondere - Antwoorden

Presente

  • io rispondo
  • tu rispondi
  • lui/lei risponde
  • noi rispondiamo
  • voi rispondete
  • loro rispondono

Oefening 9: Gli interrogativi

Instructie: Vul het juiste woord in.

Grammatica: De vraagwoorden

Toon vertaling Toon antwoorden

Come mai, Chi, Quando, Che cosa, Quale, Quanto, Dove

1.
... fai oggi pomeriggio?
(Wat doe je vanmiddag?)
2.
... vai a pranzo oggi?
(Waar ga je vandaag lunchen?)
3.
... inizia la lezione di italiano?
(Wanneer begint de les Italiaans?)
4.
... ha cucinato questa torta?
(Wie heeft deze taart gebakken?)
5.
... sei in ritardo?
(Waarom ben je te laat?)
6.
... non hai ancora ripetuto la risposta?
(Waarom heb je het antwoord nog niet herhaald?)
7.
... zucchero devo mettere nel dolce?
(Hoeveel suiker moet ik in het dessert doen?)
8.
... risposta è corretta tra queste due?
(Welke antwoord is correct van deze twee?)

Grammatica

We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!

Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les

Ripetere herhalen

Presente

Italiaans Nederlands
(io) ripeto ik herhaal
(tu) ripeti jij herhaalt
(lui/lei) ripete hij/zij herhaalt
(noi) ripetiamo wij herhalen
(voi) ripetete jullie herhalen
(loro) ripetono zij herhalen

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Rispondere antwoorden

Presente

Italiaans Nederlands
(io) rispondo ik antwoord
(tu) rispondi jij antwoordt
(lui/lei) risponde hij/zij antwoordt
(noi) rispondiamo wij antwoorden
(voi) rispondete jullie antwoorden
(loro) rispondono zij antwoorden

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Chiedere vragen

Presente

Italiaans Nederlands
(io) chiedo ik vraag
(tu) chiedi jij vraagt
(lui/lei) chiede hij/zij vraagt
(noi) chiediamo wij vragen
(voi) chiedete jullie vragen
(loro) chiedono zij vragen

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Italiaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem gewoon vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Lesoverzicht: Vragen Stellen in het Italiaans

In deze les leer je hoe je in het Italiaans op een natuurlijke en correcte manier vragen stelt. Dit is essentieel om gesprekken te voeren, informatie te verzamelen en jezelf goed uit te drukken in alledaagse situaties.

Belangrijke vragenwoorden (Gli interrogativi)

De basis van het stellen van vragen in het Italiaans zijn de vraagwoorden. Enkele voorbeelden die je deze les zult gebruiken zijn:

  • Che cosa (Wat)
  • Chi (Wie)
  • Dove (Waar)
  • Quando (Wanneer)
  • Come (Hoe)
  • Quale (Welke)

Deze woorden zijn essentieel om specifieke informatie te vragen over personen, plaatsen, tijden, redenen en manieren.

Veelvoorkomende werkwoorden rondom vragen

Naast de vraagwoorden zijn er werkwoorden die vaak voorkomen bij de actie van vragen en antwoorden:

  • Chiedere (vragen)
  • Rispondere (antwoorden)
  • La domanda (de vraag)

Deze werkwoorden helpen je om gesprekken te voeren en informatie uit te wisselen.

Praktische dialogen om te oefenen

De les bevat dialogen die je in realistische situaties kunt toepassen, bijvoorbeeld:

  • Op de markt: Je vraagt naar vers fruit en geeft je voorkeur aan.
  • In het restaurant: Vragen over het menu, aanbevelingen en zitplaatsen.
  • Op kantoor: Vragen over projecten, planning en werkwijzen.

Deze voorbeelden laten zien hoe je vragen stelt en daarop antwoordt in een context die je dagelijks tegen kunt komen.

Werkwoordsvervoegingen

Je leert ook de vervoeging van belangrijke werkwoorden in de tegenwoordige tijd, zoals:

  • io chiedo, tu chiedi, lui/lei chiede, noi chiediamo, voi chiedete, loro chiedono
  • io rispondo, tu rispondi, lui/lei risponde, noi rispondiamo, voi rispondete, loro rispondono
  • io ripeto, tu ripeti, lui/lei ripete, noi ripetiamo, voi ripetete, loro ripetono

Dit helpt je om soepele en correcte zinnen te formuleren tijdens het vragen stellen en beantwoorden.

Opmerkingen bij verschillen tussen Nederlands en Italiaans

In tegenstelling tot het Nederlands, plaatst het Italiaans het vraagwoord meestal direct aan het begin van de zin, gevolgd door de persoonsvorm en de rest van de zin. Ook kent het Italiaans specifieke vraaguitdrukkingen zoals Come mai (waarom eigenlijk), die iets formeler of preciezer kunnen zijn dan het Nederlandse 'waarom'.

Handige uitdrukkingen om te onthouden:

  • Che cosa vuoi mangiare stasera? (Wat wil je vanavond eten?)
  • Dove vai dopo il lavoro oggi? (Waar ga je na het werk vandaag?)
  • Chi prepara la pasta alla carbonara? (Wie maakt de pasta alla carbonara?)
  • Come mai sei arrivato in ritardo? (Waarom ben je te laat aangekomen?)

Door deze zinnen te oefenen begrijp je beter hoe je duidelijke en natuurlijke vragen stelt in het Italiaans.

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏