Sposarsi (trouwen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van sposarsi (trouwen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Sposarsi (trouwen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A2

Module 5: Faccende domestiche quotidiane (Dagelijks huishouden)

Les 32: Piani di famiglia (Gezinsplannen)

Infinito Participio passato
Sposarsi (trouwen) Sposatosi (getrouwd)

Werkwoordstijden

Indicativo

Presente 

Italiaans Nederlands
(io) mi sposo ik trouw
(tu) ti sposi jij trouwt
(lui/lei) si sposa hij/zij trouwt
(noi) ci sposiamo Wij trouwen
(voi) vi sposate jullie trouwen
(loro) si sposano zij trouwen

Imperfetto 

Italiaans Nederlands

Passato prossimo 

Italiaans Nederlands

Trapassato prossimo 

Italiaans Nederlands

Futuro semplice 

Italiaans Nederlands

Futuro anteriore 

Italiaans Nederlands

Condizionale

Condizionale presente 

Italiaans Nederlands

Condizionale passato 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo

Congiuntivo presente 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo passato 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo imperfetto 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo trapassato 

Italiaans Nederlands

Imperativo

Imperativo 

Italiaans Nederlands