Suonare (spelen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Vervoeging van suonare (spelen) voor alle werkwoordstijden met voorbeeldzinnen en oefeningen.

 Suonare (spelen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Leermaterialen die dit werkwoord implementeren:

Niveau: A2

Module 3: Programmi per il fine settimana (Weekendplannen)

Les 16: Andare a un concerto (Naar een concert gaan)

Infinito Participio passato
Suonare (spelen) Suonato (gespeeld)

Werkwoordstijden

Indicativo

Presente 

Italiaans Nederlands

Imperfetto 

Italiaans Nederlands

Passato prossimo 

Italiaans Nederlands

Trapassato prossimo 

Italiaans Nederlands

Futuro semplice 

Italiaans Nederlands
(io) suonerò ik zal spelen
(tu) suonerai jij zal spelen
(lui/lei) suonerà hij/zij zal spelen
(noi) suoneremo wij zullen spelen
(voi) suonerete jullie zullen spelen
(loro) suoneranno zij zullen spelen

Futuro anteriore 

Italiaans Nederlands

Condizionale

Condizionale presente 

Italiaans Nederlands

Condizionale passato 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo

Congiuntivo presente 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo passato 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo imperfetto 

Italiaans Nederlands

Congiuntivo trapassato 

Italiaans Nederlands

Imperativo

Imperativo 

Italiaans Nederlands