Nederlands A1 module 1: Jezelf voorstellen (Jezelf voorstellen)

Dit is leermodule 1 van 6 van ons Nederlandse A1-syllabus. Elke leermodule bevat 6 tot 8 hoofdstukken.

Leerdoelen:

  • Stel jezelf voor en vraag om informatie.
  • Basisvragen stellen.
  • Basiscijfers.
  • Inleiding tot werkwoorden.

Woordenlijst (135)

Kernwoordenschat (136): Werkwoorden: 23, Bijvoeglijke naamwoorden: 2, Zelfstandige naamwoorden: 78, Getallen: 19, Vragen: 2, Zinnen / woordcombinatie: 12
Contextwoordenschat: -1

Nederlands Nederlands
Aangenaam Aangenaam
Acht acht
Aftrekken aftrekken
België België
De achternaam De achternaam
De advocaat De advocaat
De bestuurder De bestuurder
De brandweerman De brandweerman
De broer De broer
De dochter De dochter
De dokter De dokter
De familie De familie
De geboortedatum De geboortedatum
De geboorteplaats De geboorteplaats
De hoofdstad De hoofdstad
De ingenieur De ingenieur
De jongen De jongen
De journalist De journalist
De kapper De kapper
De kinderen De kinderen
De kok De kok
De leeftijd De leeftijd
De leraar De leraar
De man De man
De manager De manager
De meneer De meneer
De mevrouw De mevrouw
De moeder De moeder
De monteur De monteur
De naam De naam
De nationaliteit De nationaliteit
De neef De neef
De nicht De nicht
De ober De ober
De oma De oma
De oom De oom
De opa De opa
De ouders De ouders
De politieagent De politieagent
De postcode De postcode
De stad De stad
De stiefbroer De stiefbroer
De stiefmoeder De stiefmoeder
De stiefvader De stiefvader
De stiefzus De stiefzus
De student De student
De taal De taal
De taart De taart
De tante De tante
De telefoon De telefoon
De vader De vader
De verjaardag De verjaardag
De verpleger De verpleger
De voornaam De voornaam
De vrouw De vrouw
De zoon De zoon
De zus De zus
Delen delen
Denemarken Denemarken
Dertig dertig
Drie drie
Duitsland Duitsland
Finland Finland
Frankrijk Frankrijk
Geboren worden Geboren worden
Gelukkige verjaardag! Gelukkige verjaardag!
Geven Geven
Goedemiddag Goedemiddag
Goedemorgen Goedemorgen
Goedenavond Goedenavond
Goedendag Goedendag
Hallo Hallo
Hebben Hebben
Het cadeau Het cadeau
Het contact Het contact
Het e-mailadres Het e-mailadres
Het feest Het feest
Het gezin Het gezin
Het huisnummer Het huisnummer
Het jaar Het jaar
Het kleinkind Het kleinkind
Het land Het land
Het meisje Het meisje
Het telefoonnummer Het telefoonnummer
Het voorvoegsel Het voorvoegsel
Heten Heten
Hoe oud ben je? Hoe oud ben je?
Honderd honderd
Jarig zijn Jarig zijn
Jong Jong
Kletsen Kletsen
Komen Komen
Leren leren
Leuk je te ontmoeten! Leuk je te ontmoeten!
Nederland Nederland
Negen negen
Negentig negentig
Noorwegen Noorwegen
Ontvangen Ontvangen
Optellen optellen
Oud Oud
Polen Polen
Portugal Portugal
Praten Praten
Spanje Spanje
Spreken Spreken
Studeren Studeren
Tachtig tachtig
Tellen tellen
Tien tien
Tot morgen Tot morgen
Tot straks Tot straks
Tot ziens Tot ziens
Twee twee
Twintig twintig
Veertig veertig
Vermenigvuldigen vermenigvuldigen
Vier vier
Vieren Vieren
Vijf vijf
Vijftig vijftig
Voorbereiden Voorbereiden
Waar kom je vandaan? Waar kom je vandaan?
Wonen Wonen
Worden Worden
Zeggen Zeggen
Zes zes
Zestig zestig
Zeven zeven
Zeventig zeventig
Zich voorstellen Zich voorstellen
Zijn Zijn
Zweden Zweden
Zwitserland Zwitserland
Één Één