Cursus Nederlands (leerplan)

Nederlandse lesplannen en audio, oefeningen, grammatica- en woordenschatmateriaal voor gebruik tijdens onze conversatielessen.

  • Gestructureerd naar CEFR-niveau
  • Praktisch en leuk
  • 6 leermodules per niveau

Niveau

A1 A2 B1 DENTISTRY NURSING
Verpleegkunde 1 - Mijn rol en werkplek
  • Beschrijf uw opleidingsniveau
  • Beschrijf je werkplek en afdelingen
  • Leg apparatuur en oriëntatie in ziekenhuizen uit
  • Woordenschat: Afdelingen, ziekenhuismeubilair en kamers, apparatuur, werkkleding, schoeisel
Verpleegkunde 2 - Dagelijkse werkzaamheden en diensten
  • Beschrijf dagelijkse taken, verantwoordelijkheden en schema
  • Leg ploegendienst en teamwork uit
  • Beschrijf organisatie en planning in het ziekenhuis
  • Woordenlijst: planning en roosteren van diensten
Verpleegkunde 3 - Observeren en rapporteren
  • Observeer veranderingen in toestand en gedrag
  • Meet en registreer vitale functies correct
  • Meld ongebruikelijke waarnemingen aan uw leidinggevende
  • Woordenschat: Observatietaal (kleur, consistentie, temperatuur, hoeveelheid), vitale functies, documentatietermen, ademhaling, pols, bewustzijnsniveau
Verpleegkunde 4 - Overdrachten en rapporten
  • Lees en schrijf korte zorgrapporten
  • Stel vragen over de status van een patiënt
  • Gebruik duidelijke en feitelijke rapportagetaal
  • Vocabulaire: rapportagestructuren, administratief vocabulaire, rapportageterminologie, terminologie patiëntstatus
Verpleegkunde 5 - Vergaderingen en rollen
  • Deelname aan multidisciplinaire overleggen
  • Geef je mening
  • Begrijp de rollen van andere professionals
  • Woordenschat: functietitels en hiërarchie in de gezondheidszorg, rollen in multidisciplinaire teams
Tandheelkunde 1 - Interview met een tandartspraktijk
  • Beantwoord veelgestelde vragen tijdens een sollicitatiegesprek
  • Stel vragen over arbeidsvoorwaarden, werktijden en beschikbare functies
  • Gebruik uitdrukkingen om interesse te tonen en je aanpassingsvermogen te laten zien
Tandheelkunde 2 - Nationaal register voor tandartsen
  • Identificeer de documenten die nodig zijn om je te registreren als tandarts
  • Analyseer een arbeidsovereenkomst
  • Begrijp het registratieproces bij de nationale tandheelkundige autoriteit
Tandheelkunde 3 - Eerste tandartsbezoek
  • Begeleid een professionele presentatie en maak de eerste röntgenfoto's
  • Voer een volledig mondonderzoek uit met behulp van het onderzoeksmateriaal (spiegel, sonde en pincet)
  • Leg aan de patiënt uit hoe het consult zal verlopen en wat hij of zij kan verwachten tijdens de eerste afspraak
Tandheelkunde 4 - Bukkale anatomie
  • Leer de tanden benoemen
  • Structuren van tandheelkundige anatomie (tand- en parodontiumanatomie)
  • Identificeer tanden aan de hand van nummer en naam volgens de FDI
Tandheelkunde 5 - Conservatieve tandheelkunde
  • Leg uit hoe tandbederf ontstaat
  • Identificeer tandbederf door middel van een juiste klinische diagnose
  • Beschrijf de belangrijkste stappen die betrokken zijn bij een tandvulling
Tandheelkunde 6 - Kindertandheelkunde
  • Stel het kind voor aan de eerste afspraak bij de tandartspraktijk
  • Gebruik technieken om het kind tijdens de afspraak gerust te stellen
  • Leg de belangrijkste behandelingen in de kindertandheelkunde uit
Tandheelkunde 7 - Endodontologie
  • Endodontie en re-endodontie
  • Beschrijf de instrumenten en stadia van endodontische behandeling
  • Informeer de patiënt over de risico's, de nazorg en de controle na een endodontische behandeling
Tandheelkunde 8 - Hygiëne en parodontologie, profylaxe versus scaling en root planing
  • Leg de verschillen uit tussen conventionele reiniging en scaling/root planing.
  • Instrumenten en klinisch protocol
  • Voorlicht de patiënt over gepersonaliseerde mondhygiëne voor parodontaal onderhoud
Verpleegkunde 6 - Hygiëneprotocollen
  • Volg hygiëne- en veiligheidsprocedures
  • Beschrijving van infectiepreventiemaatregelen
  • Leg uit wat je taken zijn tijdens een epidemie of pandemie
  • Vocabulaire: hygiëne, infectiepreventie, beschermende kleding, handhygiëne, schoonmaakroutines, afvalscheiding en recycling in de gezondheidszorg
Verpleegkunde 7 - Huidconditie
  • Beschrijf de huidconditie, wonden en hygiëne
  • Identificeer tekenen van doorligwonden (decubitus) en rapporteer deze
  • Vocabulaire: Huidconditie, wonden, doorligwonden, risicofactoren, drukpunten, terminologie huidbeoordeling
Verpleegkunde 8 - Chronische ziekten
  • Herken aandoeningen zoals diabetes, COPD, dementie, Parkinson
  • Pas de zorg aan op basis van symptomen en behandelplannen
  • Herken symptomen van linker- of rechterhartfalen (decompensatie) en reumatische aandoeningen
  • Chronische ziekten, exacerbatie versus stabiele toestand, hartfalen (linker-/rechterdecompensatie), reumatische aandoeningen
Verpleegkunde 9 - Ondersteuning voor senioren
  • Vraag naar dagelijkse routines (slapen, eten, mobiliteit)
  • Moedig patiënten aan om lichte oefeningen te doen
  • Bied mobiliteitsondersteuning
  • Woordenschat: Lichaamsverzorging, dagelijkse routines, lichaamsfuncties, valpreventie
Verpleegkunde 10 - Revalidatie
  • Herken symptomen na een beroerte of letsel
  • Beschrijf een revalidatieplan
  • Deelname aan evaluatievergaderingen
  • Ondersteun veilig herpositioneren, overplaatsen en het gebruik van mobiliteitshulpmiddelen
  • Revalidatie, fysiotherapie, mobiliteit, hulpmiddelen, beroertesymptomen, hersteldoelen, evaluatietaal, herpositionering, bedmobiliteit, transfertechnieken
Verpleegkunde 11 - Incidentmelding
  • Herkennen van incidenten en agressief gedrag
  • Meld ze correct en documenteer ze.
  • Pas de-escalatiestrategieën toe
  • Reageer veilig op basisnoodgevallen zoals hypoglykemie, toevallen, allergische reacties en shock
  • Agressie, incidentenrapportage, de-escalatiestrategieën, conflicthantering, veiligheidsterminologie, hypo/hyperglykemie, aanval, allergische reactie, shock, AED-bewustzijn
Verpleegkunde 12 - Eindzorg
  • Bespreek de wensen van de patiënt over de zorg aan het einde van het leven
  • Condoleances aanbieden en emotionele steun geven
  • Respecteer culturele en religieuze verschillen
  • Palliatieve zorg, hospice, dood en religie, emoties, empathie, condoleance taal
Tandheelkunde 9 - Extracties en postoperatieve instructies
  • Indicaties en procedure voor extracties (inclusief verstandskiezen)
  • Geef instructies na de extractie om complicaties te voorkomen.
Tandheelkunde 10 - Vaste prothese: kroon, brug, onlay en fineer
  • Leg de indicaties uit voor kronen, bruggen, inlays (onlay) en keramische facings.
  • Vergelijk de voordelen en nadelen van materialen (zirconia, keramisch-metaal, metaal) op basis van gebied, belasting en esthetiek.
  • Ken de basisinstrumentatie voor preparatie, afdrukken, provisorisering en cementering bij vaste prothetiek.
Tandheelkunde 11 - Uitneembare gebitten: typen, indicaties en hygiëne
  • Differentieer tussen uitneembare frameprotheses, kunststofprotheses en volledige protheses, met hun indicaties
  • Presenteer de voor- en nadelen van elke optie en de criteria om tussen hen te kiezen
  • Leer instructies voor hygiëne en onderhoud van uitneembare gebitsprotheses.
Tandheelkunde 12 - Analyseer een panoramische röntgenfoto
  • Identificeer anatomische structuren en klinische tekenen zichtbaar op een panoramische röntgenfoto
  • Leg de diagnose en het behandelplan aan de patiënt uit op basis van de panoramische röntgenfoto.
  • Stel prothetische rehabilitatieopties voor die zijn aangepast aan de casus en de patiënt
Tandheelkunde 13 - Spoedgevallen tandartspraktijk
  • Veelvoorkomende tandheelkundige spoedgevallen
  • Simuleer een klinische spoedgeval met nauwkeurige diagnose en behandelstappen
Verpleegkunde 13 - Medicatiegebruik
  • Leg voorgeschreven medicatie en zelfzorgmedicatie uit
  • Geef duidelijke doseringsinstructies
  • Lees en interpreteer medicatieoverzichten
  • Dosering, basiskennis farmacologie, verpakkingssymbolen, afvalbeheer, toedieningsinstructies
Verpleegkunde 14 - Voedingsassistent
  • Herkennen van eet- en slikproblemen
  • Vul vloeistof- of voedingslijsten in
  • Houd de hydratatiestatus in de gaten en begrijp de basisprincipes van vochtbalans (inname/uitvoer)
  • Gezond dieet, aspiratieprofylaxe, hulpmiddelen bij het eten, beperkingen, dysfagie woordenschat, vochtbalans, inname/uitscheiding (I/O), tekenen van uitdroging, hydratatiemonitoring
Verpleegkunde 15 - Het dagmenu
  • Leg maaltijden en dieetopties uit
  • Bespreek voorkeuren en pas menu's aan speciale behoeften aan
  • Woordenschat: maaltijden en dranken in de zorg, diabetesgerelateerde dieetwoordenschat, voeding bij chronische ziekte, aanpassingen van het menu
Verpleegkunde 16 - Toiletondersteuning
  • Ondersteuning bij urineren en ontlasten (gebruik van urinaal, bedpan)
  • Hygiënische incontinentiezorg toepassen
  • Rapporteer de kleur, consistentie en hoeveelheid urine/ontlasting
  • Uitscheidingen, urineren/ontlasting, incontinentiezorg, bedpannen en urinoirs, hygiënezorg, het beschrijven van kleur/consistentie/hoeveelheid
Verpleegkunde 17 - Vrijetijd
  • Activiteiten organiseren met bewoners
  • Feestdagen en sociale evenementen
  • Deelname aan een praatje en familievergaderingen
  • Sociale evenementen, feestdagen, vocabulaire voor smalltalk, familie bijeenkomsten, vieringen
Verpleegkunde 18 - Informele en vrijwillige zorg
  • Beschrijf informele zorg en familierollen
  • Hoe vrijwilligers te ondersteunen
  • Vul documentatie voor thuiszorg in
  • Woordenschat: rol binnen het gezin, relaties, informele zorg, vrijwilligersondersteuning, thuiszorgdocumentatie
Tandheelkunde 14 - Ruimtes en rollen in de tandartspraktijk
  • Identificeer de ruimtes van de kliniek
  • Organiseer de kliniek voor operationele efficiëntie en patiëntbeleving
  • Leg aan de patiënt uit wie wat doet in de tandartspraktijk
Tandheelkunde 15 - Effectieve communicatie met de assistent
  • Communicatie aan de stoel en receptie (stroom en prioriteiten)
  • Signalen, checklists en snelle feedback om het team te synchroniseren
  • Berichten beheren tussen de zorgverlener en de assistent
Tandheelkunde 16 - Communicatie met het prothetisch laboratorium
  • Woordenschat voor het aanvragen van vaste en uitneembare prothetiek
  • Schrijf precieze instructies (materialen, kleur, ontwerp, aanpassingen) voor de prothese-expert
  • Beheer het heen-en-weer proces met het laboratorium
Tandheelkunde 17 - Recepten schrijven
  • Formele en wettelijke vereisten voor het voorschrijven
  • Geef de gebruikelijke medicijnen aan die in de tandheelkunde worden gebruikt volgens het klinische scenario
  • Leg de patiënt uit wat de doseringen en contra-indicaties zijn
Tandheelkunde 18 - Communiceer met een specialistische collega
  • Schrijf een professionele brief aan een gespecialiseerde collega
  • Vat de medische voorgeschiedenis van de patiënt samen, de diagnose en de reden van verwijzing
Verpleegkunde 19 - Geestelijke gezondheid en neuropsychologie
  • Herkennen van symptomen van schizofrenie, psychotische stoornissen en ernstige psychische aandoeningen
  • Effectief communiceren met cliënten die hallucinaties, wanen of verwarring ervaren
  • Ondersteun cliënten met een verstandelijke beperking en neuro-ontwikkelingsstoornissen (bijv. Rett-syndroom)
  • Woede, psychose, hallucinaties, wanen, verstandelijke beperking, Rett-syndroom, crisissignalen
Verpleegkunde 20 - Beoordelingssystemen
  • Pas de Numerieke beoordelingsschaal (NRS) en andere pijnmeetinstrumenten toe, inclusief non-verbale pijnindicatoren
  • Beschrijf het WHO-classificatiesysteem en Gordon’s functionele gezondheidskenmerken
  • Leg het "Positive Health" model van Machteld Huber uit en de niveaus Inhoud–Procedure–Interacties–Bestaan
  • Gebruik de SBARR-methode voor gestructureerde communicatie
  • Woordenlijst: NRS, pijnbeoordelingsinstrumenten, WHO-systeem, Gordons patronen, Positieve Gezondheid, SBARR, beoordelingsvocabulaire, non-verbale pijnindicatoren
Verpleegkunde 21 - Medicatie en klinische vaardigheden
  • Identificeer veelvoorkomende medicijngroepen zoals bètablokkers en leg hun effecten en risico's uit
  • Kies de juiste intramusculaire (IM) injectieplaats op basis van leeftijd, spiermassa en veiligheid
  • Signalen van ondervoeding herkennen en cliënten ondersteunen die moeite hebben met het naleven van het dieet
  • Woordenschat: bètablokkers, IM injectieplaatsen (deltoideus, ventrogluteale, vastus lateralis), tekenen van ondervoeding, dieettrouw
Verpleegkunde 22 - Pre- en postoperatieve zorg
  • Bereid cliënten voor op operaties, inclusief richtlijnen voor vasten, hygiëne en vervoer
  • Klanten emotioneel en fysiek ondersteunen voor, tijdens en na de operatie
  • Leg het verschil uit tussen sedatie, anesthesie en palliatieve sedatie
  • Preoperatieve checklist, anesthesie, palliatieve sedatie, steriel veld, terminologie postoperatieve zorg
Verpleegkunde 23 - Gezondheidszorg en verzekeringen
  • Leer zorginstellingen en verwijzingen kennen
  • Onderscheid tussen intramurale en extramurale zorg
  • Leg uit wat outreach- en gemeenschapsgerichte zorgdiensten zijn
  • Zorginstellingen (huisarts, verpleeghuizen), verwijzingen, intra- / extramurale zorg, outreach zorg, gemeenschapszorg, verzekering
Verpleegkunde 24 - Opleiding en nieuwe procedures
  • Leer nieuwe hygiënematerialen en -technologieën gebruiken
  • Pas ergonomische technieken veilig toe
  • Beschrijf preventieve verpleegkundige acties (valpreventie, trombose)
  • Zorgapparatuur, ergonomische technieken, lichaamsverzorgingshulpmiddelen, profylaxe, mobiliteitsriemen, antislipmaterialen
Verpleegkunde 25 - Culturele achtergrond
  • Communiceren met klanten uit diverse culturen
  • Ondersteun bewoners met gehoor- of geheugenproblemen
  • Culturele verschillen, communicatiestijlen, gehoor-/geheugenproblemen, ondersteunende communicatiestrategieën
Verpleegkunde 26 - Ethische en kwaliteitszorg
  • Omgaan met ethische dilemma's in de dagelijkse verpleegkundige praktijk
  • Pas principes van privacy, autonomie en respect toe in de omgang met patiënten
  • Volg professionele normen, waarden en wettelijke standaarden
  • Privacy, autonomie, respect, professionele normen en waarden, wettelijke normen, kwaliteit van zorg
Tandheelkunde 19 - Juridische verplichtingen als tandarts
  • Begrijp hoe het nationale zorgsysteem werkt
  • Hoe tandheelkundige behandelingen worden gecodeerd en gefactureerd binnen nationale gezondheidszorgsystemen
  • De wettelijke verplichtingen van een geregistreerde tandarts
Tandheelkunde 20 - Zorgverzekering en facturering
  • Soorten dekking in operationele termen
  • Publieke vergoedingsmodellen en eigen bijdragen van patiënten
Tandheelkunde 21 - Gedragscode
  • De principes van de tandheelkundige gedragscode
  • Lees en begrijp geselecteerde fragmenten uit de gedragscode
A1.1 - Groeten en afscheid nemen
  • Basisbegroetingen en afscheidsgroeten.
  • Een gesprek beginnen en beëindigen.
  • Nuttige zinnen om tijdens de les te gebruiken (om verduidelijking te vragen, om herhaling te vragen, enz.).
A1.2 - Je naam vertellen
  • Vertel je naam en vraag naar de naam van iemand anders
  • Titels en manieren om mensen aan te spreken. (Meneer, mevrouw,...)
  • Stel jezelf voor
A1.5 - Familie
  • Stel jezelf voor en vertel over je familie.
  • Vraag iemand naar zijn of haar familie. (grootte, structuur, ... )
A1.31 - Ons huis
  • Beschrijf alle kamers en verdiepingen van een huis.
  • Een huur- of verkoopadvertentie van een huis begrijpen.
A1.34 - Huishoudelijke apparaten
  • Leer de namen van veelvoorkomende huishoudelijke en elektrische apparaten.
  • Dagelijkse situaties met veelvoorkomende huishoudelijke apparaten.
A1.35 - Huisvesting en accommodatie
  • Leer de verschillende soorten accommodaties.
  • Neem contact op met een verhuurder of makelaar om een huis te huren.
A1.36 - Kamerplanten en tuinplanten
  • Leer de namen van gewone planten en bloemen in huis en in de tuin.
  • Praat over plantenverzorging en routines bij jou thuis of op kantoor.
A1.37 - Je huisdieren
  • Leer de basisdieren (huisdieren).
  • Beschrijf de routines, de dagelijkse verzorging en het voer van je huisdier.
A1.38 - Dagelijkse diensten
  • Beschrijf de locatie van diensten op een kaart.
  • Vraag naar de openingstijden van een bepaalde dienst.
A1.42 - Vervoer
  • Beschrijf de verschillende soorten vervoer.
  • Koop een vervoerbewijs.
  • Beschrijf het vervoer tussen plaatsen.
A1.43 - De weg vragen en wijzen
  • Vraag om de weg in een stad
  • Aan een vreemde de weg wijzen
  • Vraag naar het bestaan van een gebouw of dienst.
A1.44 - Vrijdagavond uit
  • Maak plannen met je vrienden voor vrijdagavond.
  • Iemand uitnodigen voor een evenement.
A1.45 - Muziek en kunst
  • Praat over culturele evenementen in de stad.
  • Ga naar het museum, een expositie, een muziekstuk...
A2.1 - Vakantieplannen
  • Beschrijf verschillende soorten vakanties en activiteiten.
  • Bespreek de vervoersmiddelen die worden gebruikt om je reisbestemming te bereiken.
  • Ken gangbare vakantiebestemmingen in het gastland.
A2.2 - Je bagage inpakken
  • Naam en beschrijf veelvoorkomende spullen om in te pakken en soorten koffers.
  • Een koffer inpakken voor een zakenreis.
  • Navigeren door bagageregels en -beperkingen op de luchthaven.
A2.3 - Boek uw accommodatie
  • Boek en reserveer een kamer - per telefoon, e-mail en online.
  • Ken veelvoorkomende hotel- en kamertypes.
A2.4 - Op de luchthaven en in het vliegtuig
  • Het incheckproces voor uw vlucht: op de luchthaven en online.
  • Vraag naar informatie over vluchtschema's en terminals.
  • Door de beveiliging gaan en de veiligheidsinstructies begrijpen.
A2.5 - Huur uw vervoer
  • Huur een auto, fiets of scooter.
  • Beheer uw autoverzekering en storting.
  • Haal en retourneer uw vervoermiddel.
A2.6 - Bij het hotel
  • In- en uitchecken bij het hotel.
  • Vraag om wijzigingen of extra services tijdens uw verblijf.
  • Meld eventuele problemen met betrekking tot uw verblijf bij de receptie.
A2.7 - Als toerist in de stad
  • Veelvoorkomende activiteiten tijdens een stedentrip.
  • Informatie vragen bij het VVV-kantoor.
  • Ken praktische overlevingszinnen als toerist om je in de stad te redden.
A2.8 - Vakantieramp?
  • Meld gestolen of verloren voorwerpen bij het politiebureau.
  • Hulp vragen met documenten bij de ambassade of het consulaat.
  • Bel de hulpdiensten.
A2.9 - Papierwerk en bureaucratie
  • Navigeren door sociale zekerheid, werkvergunningen en papierwerk.
  • Ken uw verplichtingen en documentatie in het land.
A2.10 - Heb je het nieuws gehoord?
  • Bespreek een nieuwsbericht dat je op televisie hebt gezien of op de radio hebt gehoord.
  • Tijduitdrukkingen voor recente gebeurtenissen.
  • Leer de populaire mediastations in je gastland kennen.
A2.11 - Hulpdiensten
  • Ken de namen van de hulpdiensten van je nieuwe land.
  • Bellen en adviseren over noodsituaties
A2.12 - Mijn tijd op school
  • Leer over het onderwijssysteem van het land.
  • Vertel over je tijd op school en jeugdherinneringen.
A2.13 - Bij de bank
  • Een bankrekening openen.
  • Doe online aankopen en maak uzelf vertrouwd met gangbare betaalmethoden.
  • Leer de grootste banken van het land kennen.
A2.14 - Universitair diploma
  • Praat over je universitaire studie of doelen.
  • Ken de woordenschat over hoger onderwijs.
  • Leer het hoger onderwijssysteem en de instellingen van je nieuwe land kennen.
A2.16 - Naar een concert gaan
  • Koop (online) kaarten voor een festival, concert, musical,...
  • Praat over muziekinstrumenten en je favoriete genre.
  • Ken de bekende festivals in je nieuwe land.
A2.17 - Vrienden bezoeken
  • Nodig je vrienden thuis uit en ontvang ze.
  • Organiseer een dinerfeest, spelletjesavond of andere activiteit.
  • Ken de gebruikelijke avondactiviteiten in je nieuwe land.
A2.18 - Bezoek het platteland
  • Praat over het dorp en het platteland.
  • Leer de namen van de boerderijdieren.
  • Leer over de bekendste landelijke gebieden van je gastland.
A2.19 - Op de camping
  • Kamperen en activiteiten om te doen in de natuur.
  • Navigeer met een kaart of GPS.
  • Ken de gebruikelijke gebieden om te kamperen in je nieuwe land.
A2.20 - Gezinsuitje naar de dierentuin
  • Beschrijf verschillende landschappen en dieren.
  • Organiseer een familieactiviteit in een attractiepark.
  • Leer over beroemde dierentuinen of wildgebieden in jouw gastland
A2.21 - Een zondagwandeling maken
  • Nodig vrienden en familie uit voor een wandeling of een klein ommetje.
  • Woordenlijst over landschappen en wandelen.
  • Leer de beroemde wandelgebieden van je gastland kennen.
A2.29 - Bij de makelaar
  • Bespreek een advertentie voor een huis of appartement die je zojuist hebt gezien.
  • Bespreek de aankoop van een nieuw huis of appartement.
A2.30 - In de bibliotheek
  • Praat over een boek, sprookje of gedicht dat je hebt gelezen.
  • Vraag naar een boek of auteur in de bibliotheek.
  • Boeken lenen en je registreren als nieuw lid van de bibliotheek.
A2.32 - Gezinsplannen
  • Praat over plannen en ambities voor de toekomst
  • Praat over je relaties en gezinsplannen
A2.33 - Mijn eigen bedrijf
  • Plannen bespreken voor het starten van een bedrijf.
  • Bespreek de dagelijkse boekhoudkundige taken.
A2.34 - Met pensioen gaan
  • Praat over activiteiten en veranderingen in levensstijl nadat je met pensioen bent gegaan.
  • Praten over lopende acties in de toekomst.
B1.1 - Formele en informele telefoongesprekken aannemen
  • Neem een nieuwe klant telefonisch aan.
  • Maak informele telefoontjes met vrienden en familie.
  • Uitdrukkingen om te gebruiken tijdens het bellen.
  • Beheers telefoon gerelateerde woordenschat.
B1.2 - E-mails en brieven schrijven
  • Leer vocabulaire over e-mails en brieven
  • Schrijf duidelijke en professionele berichten voor formele en informele situaties
B1.3 - Emoties uiten op het werk
  • Conflicten op het werk professioneel aanpakken
  • Druk je welzijn en onwelzijn uit in een professionele context
B1.4 - Pakketten verzenden en retourneren
  • Een klacht indienen of aanspraak maken op garantie voor een product
  • Vraag om bezorg- of traceerinformatie over een pakket
  • Plaats een bestelling online, retourneer of ruil een beschadigd of ongewenst artikel
B1.5 - Verstuur een projectvoorstel
  • Een nieuwe klant of prospect ontvangen
  • Maak een prijsopgave en projectvoorstel
  • Organiseer een verkoopvergadering
B1.6 - Muziek en podcasts
  • Praat over het streamen van muziek en podcasts
  • Praat over welke series of muziek je wel of niet leuk vindt
B1.7 - Datapakketten en internet
  • Basisonder gebruik van het web en het internet
  • Internet-, wifi- en databundels vergelijken en afsluiten
  • Praat over je telefoonabonnement en digitale diensten
B1.9 - Familie evenementen en vieringen
  • Begrijp veelvoorkomende vieringen, feestdagen en sociale tradities
  • Organiseer en praat over de meeste feestjes
  • Partijen of familiebijeenkomsten organiseren en plannen
B1.10 - Dating
  • Bespreek romantische plannen, dates en relaties
  • Bespreek langdurige vriendschappen
B1.11 - Naar de bioscoop gaan
  • Praat over de film die je hebt gezien
  • Het beschrijven van de verhaallijn van een film of een boek
  • Filmplannen maken
B1.12 - Naar het theater gaan
  • Bespreek wat je in het theater hebt gezien
  • Leer belangrijke acteurs en dichters kennen in je gastland
  • Plan een avondje uit naar een cultureel evenement
B1.13 - De kunstgalerij
  • Bespreek wat je in het museum hebt gezien
  • Leer belangrijke schilders en architecten van je gastland kennen
  • Een museumbezoek organiseren en vertellen over een lokaal kunstwerk
B1.14 - Het organiseren van een langeafstandreis
  • Beschrijf verschillende soorten vakanties en reiservaringen
  • Organiseer een reis met familie of vrienden
  • Vervoersopties en reisarrangementen
B1.15 - Vrije tijd en passies
  • Beschrijf wat je doet in je vrije tijd
  • Veelvoorkomende hobby's en activiteiten om in het weekend te doen
  • Word lid van een nieuwe hobbyclub
B1.16 - Masterchef: gevorderd koken
  • Volg en geef gedetailleerde kookinstructies en recepten
  • Woordenschat gerelateerd aan ingrediënten, keukengerei en kooktechnieken
B1.19 - Zorgverzekering
  • Gebruik uw zorgverzekering
  • Sluit een particuliere zorgverzekering af
  • Leer het zorgsysteem van je gastland kennen
B1.21 - Een dieet volgen
  • Praat over de voedingsstoffen en bestanddelen van voedingsmiddelen
  • Praat over je dagelijkse voedingspatroon
B1.22 - Naar de spoedeisende hulp
  • Praat over lichamelijke pijn en eerste hulp
  • Praat over veelvoorkomende verwondingen bij de eerste hulp
B1.23 - Bevallen
  • Leer woordenschat over zwanger zijn
  • Een afspraak bij de arts bijwonen tijdens de zwangerschap
B1.24 - Schoonheidsafspraak
  • Praat met je kapper of visagist tijdens een schoonheidsafspraak
  • Beschrijf de look, het kapsel of de make-up stijl die je wilt
  • Boek, bevestig of wijzig een afspraak bij een salon of beautystudio
B1.25 - Welke school kiezen?
  • Ken schoolopties voor uw gezin
  • Ken de verschillende schooltypen van je gastland
  • Meest voorkomende administratieve schoolprocedures
B1.26 - Een examen halen
  • Praat over een examen dat je hebt gemaakt of gaat maken
  • Bespreek je cijfers en resultaten
  • Praat over verschillende examen soorten
B1.27 - Schrijf je cv
  • Weet hoe je een cv moet schrijven
  • Ga naar het arbeidsbureau
  • Schrijf een aanbevelingsbrief aan je vorige baas of vraag erom
B1.30 - Verlof en feestdagen
  • Vraag tijd vrij mondeling en schriftelijk aan
  • Leg redenen uit voor het aanvragen van verlof (persoonlijk, medisch, familie, enzovoort).
  • Uitdrukkingen gerelateerd aan vakanties, werktijden en verlofaanvragen.
B1.31 - Huizenkijken en verhuizen
  • In staat zijn jezelf uit te drukken bij het zoeken naar een nieuwe woonplek
  • Meest voorkomende maandelijkse rekeningen in het huis
  • Praat over verhuizen naar je nieuwe woning
B1.32 - Huisdecoratie
  • Beschrijf je huis en de inrichting ervan in detail
  • Praat over voorkeuren voor verschillende decoratiestijlen
  • Leg uit welke veranderingen je aan je huis hebt aangebracht
B1.33 - Schoonmaakdiensten
  • Geavanceerde schoonmaakroutines voor huizen
  • Elektronische apparaten voor schoonmaken
  • Het inhuren van een schoonmaakdienst
B1.36 - Dagelijkse financiën en belastingen
  • Beheer persoonlijke investeringen
  • Belastingen in het gastland
  • Hoe online bankieren te gebruiken en betalingen te beheren
B1.37 - Burgerlijke staat
  • Vertel over je gezinssituatie
  • Bespreek verschillende soorten relaties
  • Regel uw burgerlijke staat (registratie bij het gemeentehuis of het ondertekenen van formulieren bij de notaris)
B1.40 - Pendelen
  • Dagelijks vervoer naar het werk
  • Bespreek het bedrijfsbeleid en alternatieven voor de auto
  • Bespreek leasing van transport
B1.41 - In het laboratorium
  • Communiceren tussen afdelingen over laboratoriumwerk en experimenten
  • Volg basis laboratoriummethoden en -procedures
B1.42 - Vergunningen en subsidies
  • Verken de overheid en wetgeving in het gastland
  • Omgaan met juridische obstakels en subsidies verkrijgen
  • Neem contact op met de lokale autoriteiten
B1.45 - Op de conferentie
  • Woordenschat voor conferenties en openbare spreekbeurten
  • Stel jezelf voor en ontmoet anderen bij netwerkevenementen
  • Een conferentie bijwonen