Sluiten (sluiten)

Sluiten (sluiten)

Leer het werkwoord "Sluiten" te vervoegen in het Nederlands: tegenwoordige tijd, onvoltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Sluiten (sluiten)

Meubilair (Meubilair)

Nederlands
(ik) sluit
(jij/je) sluit
(hij/zij/ze/het) sluit
(wij/we) sluiten
(jullie) sluiten
(zij/ze) sluiten