Zullen (zullen)

Zullen (zullen)

Leer het werkwoord "zullen" vervoegen in het Nederlands: tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT), aantonende wijs (Onvoltooid tegenwoordige tijd , aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Zullen (zullen)

Vrijdagavond uit (Vrijdagavond uit)

Nederlands
(ik) zal
(jij/je/u) zult/zult
(hij/zij/ze/het) zal
(wij/we) zullen
(jullie) zullen
(zij/ze) zullen