Spaans A1 module 4: Describir objetos y personas. (Objecten en mensen beschrijven)

Dit is leermodule 4 van 6 van ons Spaans A1-leerplan. Elke leermodule bevat 6 tot 8 hoofdstukken.

Leerdoelen:

  • Beschrijf wat je in je omgeving ziet.
  • Veelvoorkomende bijvoeglijke naamwoorden en voorwerpen.
  • Beschrijf het uiterlijk van mensen en dingen.

Woordenlijst (117)

Kernwoordenschat (119): Werkwoorden: 19, Bijvoeglijke naamwoorden: 73, Bijwoorden: 1, Zelfstandige naamwoorden: 22, Zinnen / woordcombinatie: 4
Contextwoordenschat: 1

Spaans Nederlands
Abierto Open
Aburrido Verveeld
Activo Actief
Afeitarse Zich scheren
Agotado uitgeput
Alto Lang
Amargo Bitter
Amarillo Geel
Ancho Breed
Antipático Onvriendelijk
Asustado Geschrokken
Ayudar Helpen
Azul Blauw
Bajo Kort
Blanco Wit
Cansado Moe
Cariñoso Affectievol
Castaño Bruin (haar)
Cerrado Gesloten
Claro Licht
Confundido In de war
Conocer Leren kennen
Contento Tevreden
Corto Kort
Cuidarse voorzichtig zijn
Delgado Dun
Deprimido Neerslachtig
Divertido Leuk
Doler(se) Pijn doen / pijn hebben
Dulce Zoet
Duro Hard
El color De kleur
El cuadrado Het vierkant
El círculo De cirkel
El descanso De rust
El doctor De dokter
El dolor de pijn
El hambre de honger
El medicamento Het medicijn
El olor De geur
El rectángulo De rechthoek
El ruido Het geluid
El silencio De stilte
El triángulo De driehoek
Enfadado Boos
Enfermo Ziek
Entender Begrijpen
Estrecho Nauw
Feliz Gelukkig
Feo Lelijk
Fino Dun
Fétido Stinkend
Generoso Gul
Gordo Dik
Grande Groot
Gris (Grise) Grijs
Grueso Dik
Guapo Aantrekkelijk
Gustar(se) Leuk vinden
Igual Gelijk
Inteligente Slim
La alergia De allergie
La fiebre De koorts
La gente Mensen
La gripe De griep
La línea De lijn
La salud De gezondheid
La sed de dorst
La voz De stem
Largo Lang
Lesionado geblesseerd
Los síntomas De symptomen
Maquillarse Zich opmaken
Marrón Bruin
Meditar mediteren
Mentiroso Leugenachtig
Mirar Kijken
Moreno Donker (huid/haar)
Naranja Oranje
Negro Zwart
Nervioso Nerveus
Nuevo Nieuw
Odiar Haten
Oler Ruiken
Oscuro Donker
Oír Horen
Parecer Lijken
Pelirrojo Roodharig
Pequeño Klein
Relajarse ontspannen
Rojo Rood
Rosa Roze
Rubio Blond
Salado Zout
Secarse Zich afdrogen
Sentirse Zich voelen
Simpático Aardig
Sincero Oprecht
Sociable Sociaal
Sonreír Glunderen
Sorprendido Verbaasd
Suave Zacht
Sudado bezweet
Tener dolor de estómago Buikpijn hebben
Tener gripe Griep hebben
Tener una enfermedad Een ziekte hebben
Tomar una medicina Medicijnen innemen
Torpe Onhandig
Toser Hoesten
Tranquilo Rustig
Triste Verdrietig
Tímido Verlegen
Vago Lui
Verde Groen
Viejo Oud
Violeta Paars
Ácido Zuur