Spaans A1 module 4: Describir objetos y personas. (Objecten en mensen beschrijven)

Dit is leermodule 4 van 6 van ons Spaans A1-leerplan. Elke leermodule bevat 6 tot 8 hoofdstukken.

Leerdoelen:

  • Beschrijf wat je in je omgeving ziet.
  • Veelvoorkomende bijvoeglijke naamwoorden en voorwerpen.
  • Beschrijf het uiterlijk van mensen en dingen.

Woordenlijst (120)

Kernwoordenschat (123): Werkwoorden: 20, Bijvoeglijke naamwoorden: 74, Bijwoorden: 3, Zelfstandige naamwoorden: 22, Zinnen / woordcombinatie: 4

Spaans Nederlands
Abierto open
Aburrido Verveeld
Activo actief
Afeitarse Scheren (zich)
Agotado Uitgeput
Alto Lang
Amargo bitter
Amarillo Geel
Ancho breed
Antipático onaardig
Asustado Bang
Ayudar Helpen
Azul Blauw
Bajo Kort
Bien Goed
Blanco Wit
Cansado Moe
Cariñoso lief
Castaño Bruin (haar)
Cerrado gesloten
Claro licht
Confundido In de war
Conocer kennen
Contento Tevreden
Corto Kort
Cuidarse Zorgen voor jezelf
Delgado Slank
Deprimido Depressief
Divertido grappig
Doler Pijn doen / pijn hebben
Dulce zoet
Duro hard
El color De kleur
El cuadrado het vierkant
El círculo de cirkel
El descanso Rust
El doctor Dokter
El dolor Pijn
El medicamento Medicijn
El olor de geur
El rectángulo de rechthoek
El ruido het geluid
El silencio de stilte
El triángulo de driehoek
Enfadado Boos
Enfadarse Boos worden
Enfermo Ziek
Entender Begrijpen
Estrecho smal
Feliz Blij
Feo Lelijk
Fino dun
Fétido stinkend
Generoso gul
Gordo Dik
Grande groot
Gris Grijs
Grueso dik
Guapo Knapp/Leuk
Gustar leuk vinden
Hambre Honger
Igual Gelijk
Inteligente intelligent
La alergia Allergie
La fiebre Koorts
La gente De mensen
La gripe Griep
La línea de lijn
La salud Gezondheid
La voz de stem
Largo Lang
Lesionado Gekwetst
Los síntomas Symptomen
Mal Slecht
Maquillarse zich opmaken
Marrón Bruin
Meditar Mediteren
Mentiroso leugenachtig
Mirar kijken
Moreno Donker (haar/huidskleur)
Naranja Oranje
Negro Zwart
Nervioso Nerveus
Nuevo nieuw
Odiar haten
Oler ruiken
Oscuro donker
Oír horen
Parecer lijken
Pelirrojo Roodharig
Pequeño klein
Relajarse Ontspannen
Rojo Rood
Rosa Roze
Rubio Blond
Salado zout
Secarse Drogen (zich)
Sed Dorst
Sentirse Zich voelen
Simpático aardig
Sincero oprecht
Sociable sociaal
Sonreír Lachen / Glimlachen
Sorprendido Verrast
Suave zacht
Sudado Gezweten
Tener dolor de estómago Buikpijn hebben
Tener gripe Griep hebben
Tener una enfermedad Een ziekte hebben
Tomar una medicina Een medicijn innemen
Torpe onhandig
Toser Hoesten
Tranquilo Rustig
Triste Verdrietig
Tímido verlegen
Vago lui
Verde Groen
Viejo oud
Violeta Paars
Ácido zuur