Spaans A1 module 6: La ciudad y el pueblo (De stad en het dorp)

Dit is leermodule 6 van 6 van ons Spaanse A1-lesprogramma. Elke leermodule bevat 6 tot 8 hoofdstukken.

Leerdoelen:

  • Bespreek de meest voorkomende dagelijkse situaties in een stad.
  • Vragen en geven van richtingen.
  • Vervoer en navigatie.

Woordenlijst (128)

Kernwoordenschat (106): Werkwoorden: 25, Bijvoeglijke naamwoorden: 4, Bijwoorden: 1, Zelfstandige naamwoorden: 72, Zinnen / woordcombinatie: 4
Contextwoordenschat: 22

Spaans Nederlands
A Ga
A la izquierda Linksaf
A pie Te voet
Andar Lopen
Bailar Dansen
Cantar Zingen
Cerca Dichtbij
Coger Pakken
Conducir Rijden
Correr Rennen
Dar Geven
Dejar una propina Een fooi geven
Desde Vanaf
Dibujar Tekenen
Dice que (ella) Zegt dat zij
Dice que (él) Zegt dat hij
Dice que (él) va Zegt dat hij gaat
Dice que le Zegt dat ze
Diferente Anders
El arte De kunst
El artista De kunstenaar
El atletismo Atletiek
El autobús De bus
El avión Het vliegtuig
El baile De dans
El baloncesto Basketbal
El banco De bank
El bar De bar
El barco De boot
El boxeo Boksen
El camarero De ober
El cantante De zanger
El centro Het centrum
El ciclismo Wielrennen
El cine De bioscoop
El coche De auto
El concierto Het concert
El cuadro Het schilderij
El deporte Sport
El dibujo De tekening
El espectáculo De show
El evento Het evenement
El fútbol Voetbal
El gimnasio De sportschool
El hospital Het ziekenhuis
El instrumento Het instrument
El karate Karate
El libro Het boek
El menú Het menu
El metro De metro
El museo Het museum
El ordenador De computer
El parque Het park
El plato del día Het dagschotel
El postre Het dessert
El restaurante Het restaurant
El taxi De taxi
El teatro Het theater
El tenis Tennis
El tiempo libre De vrije tijd
El tranvía De tram
El tren De trein
En Ik ga met de bus naar het werk
Encontrar Vinden
Es escuchada Wordt gehoord
Es estudiado Wordt bestudeerd
Es mostrado Wordt getoond
Es pintado Wordt geschilderd
Es visitado Wordt bezocht
Es vista Wordt bekeken
Escuchar Luisteren
Estación Central Centraal Station
Hacer ejercicio Oefeningen doen
Hacia Naar
Irse Weggaan
Jugar Spelen
La bebida Het drankje
La biblioteca De bibliotheek
La bicicleta De fiets
La cafetería Het café
La comisaría Het politiebureau
La cámara De camera
La discoteca De discotheek
La escuela De school
La estación Het station
La exposición De tentoonstelling
La farmacia De apotheek
La foto De foto
La fotografía Fotografie
La gasolinera Het tankstation
La gimnasia Turnen
La invitación De uitnodiging
La música De muziek
La natación Zwemmen
La obra Het kunstwerk
La oficina Het kantoor
La oficina de correos Het postkantoor
La oficina de información De informatiebalie
La panadería De bakkerij
La parada De halte
La peluquería De kapper
La película De film
La pizzería De pizzeria
La plaza Het plein
La radio De radio
La tienda De winkel
La universidad De universiteit
Leer Lezen
Lejos Ver weg
Nadar Zwemmen
Oficina de información turística Toeristeninformatiebureau
Pasar Passeren
Pintar Schilderen
Por Door
Pronto Klaar
Sacar Nemen
Salir Uitgaan
Sobre Boven
Son pintadas Worden geschilderd
Sonar Klinken
Tarde Laat
Todo recto Rechtdoor
Tomar Nemen
Tomo Ik neem
Usar Gebruiken
Viajar Reizen
Volar Vliegen
Volver Teruggaan