Cambiar (veranderen)

Cambiar (veranderen)

Leer het werkwoord "veranderen" te vervoegen in het Spaans: imperfecto pasado, indicatief tijd.

Pretérito imperfecto, indicativo (Onvoltooid verleden tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Cambiar (veranderen)

Estaciones, meses y partes del año. (Seizoenen, maanden en delen van het jaar)

Spaans
(yo) cambiaba
(tú) cambiabas
(él/ella/usted) cambiaba
(nosotros/nosotras) cambiábamos
(vosotros/vosotras) cambiabais
(ellos/ellas/ustedes) cambiaban