Leer de seizoenen en maanden.
Beschrijf het weer in elk seizoen en elke maand.
Geavanceerd: vertel wat je doet in welke maand van het jaar.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Wat is jouw favoriete seizoen?
Pedro en Ana praten over hun favoriete seizoenen van het jaar.
Grammatica: Ir + a + infinitivo
De combinatie van het werkwoord "ir" + a + infinitivo...
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!