Cocer (koken (door te koken)): Werkwoordvervoegingstabellen
Indicativo (Aantonende wijs)
Subjuntivo (Aanvoegende wijs)
Presente
Spaans
Pretérito perfecto
Spaans
Subjuntivo presente
Spaans
(yo) cueza
(tú) cuezas
(él/ella/usted) cueza
(nosotros/nosotras) cozamos
(vosotros/vosotras) cozáis
(ellos/ellas/ustedes) cuezan
Subjuntivo pretérito perfecto
Spaans
Pretérito imperfecto
Spaans
Pretérito pluscuamperfecto
Spaans
Subjuntivo pretérito imperfecto
Spaans
Subjuntivo pluscuamperfecto
Spaans
Pretérito indefinido
Spaans
Pretérito anterior
Spaans
Subjuntivo futuro simple
Spaans
Subjuntivo futuro perfecto
Spaans
Futuro simple
Spaans
Futuro perfecto
Spaans
Imperativo (Imperatief)
Imperativo
Spaans
Imperativo negativo
Spaans
Condicional simple
Spaans
Condicional perfecto
Spaans
Leer Spaans met onze conversatielessen
De oefeningen van deze pagina worden samen met je leraar bestudeerd en toegepast tijdens echte gesprekken. We bieden gestructureerde Spaanse cursussen voor ieder niveau aan.