Correr (rennen)

Correr (rennen)

Leer het werkwoord "rennen" te vervoegen in het Spaans: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Correr (rennen)

Deportes y ejercicio (Sport en beweging)

Spaans
(yo) corro
(tú) corres
(él/ella/usted) corre
(nosotros/nosotras) corremos
(vosotros/vosotras) corréis
(ellos/ellas/ustedes) corren