Encontrar (vinden) - Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

 Encontrar (vinden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Encontrar - Vervoeging van Vinden in het Spaans: Vervoegingstabel, voorbeelden en oefeningen in de tegenwoordige, indicatieve tijd (Presente, indicativo).

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Encontrar (vinden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Lesprogramma: Spaanse les - Pedir y dar direcciones. (Routebeschrijving vragen en geven)

Vervoeging van encontrar in de tegenwoordige tijd

Spaans Nederlands
(yo) encuentro ik vind
(tú) encuentras jij vindt
(él/ella) encuentra hij/zij vindt
(nosotros/nosotras) encontramos wij vinden
(vosotros/vosotras) encontráis jullie vinden
(ellos/ellas) encuentran zij vinden

Voorbeeldzinnen

Spaans Nederlands
Yo encuentro la oficina de información cerca. Ik vind het informatiekantoor dichtbij.
¿Tú encuentras la tienda a la derecha? Jij vindt de winkel aan de rechterkant
Él encuentra la parada todo recto. Hij vindt de halte rechtdoor.
Nosotros encontramos el parque y volvemos. Wij vinden het park en gaan terug.
¿Vosotros encontráis la estación a la izquierda? Jullie vinden het station links
Ellos encuentran la plaza cerca del centro. Zij vinden het plein vlakbij het centrum.