Encontrar (vinden)

Encontrar (vinden)

Leer het werkwoord "Vinden" te vervoegen in het Spaans: tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Presente, indicativo (Tegenwoordige tijd, aantonende wijs)

Alle vervoegingen en tijden: Encontrar (vinden)

Pedir y dar direcciones. (Routebeschrijving vragen en geven)

Spaans
(yo) encuentro
(tú) encuentras
(él/ella/usted) encuentra
(nosotros/nosotras) encontramos
(vosotros/vosotras) encontráis
(ellos/ellas/ustedes) encuentran